Hoe mijn afwasgedrag mijn leven symboliseert

Nog geen tien minuten geleden stond ik eenzaam in mijn appartementje in het boerendorp Emmer-Compascuum mijn afwas te doen. Die bestond uit ongeveer twee borden, een vork en een mes, want het was veel te glad om vandaag fatsoenlijk eten te halen. Dus at ik een rookworst die eigenlijk al een halve maand over de datum was, wat eventueel betekent dat dit mijn laatste blog ooit wordt. Daarbij trok ik een blik ananasstukjes open om de illusie van een bijna gezonde maaltijd te scheppen voor mezelf. Volgens sommigen is dit iets vreselijks. Dit is het type mensen wat zelf de hele dag alleen op acaibessen en andere ‘superfoods’ loopt te kauwen. Zelf droom ik van een wereld waar ik gewoon elke dag kon leven van simpele, vettige studentenmaaltjes als deze zonder dood te gaan of niet meer door mijn deur te passen.

Maar dat is een heel ander verhaal voor een heel andere keer. Ik stond daar dus het rookworstvet van een bordje te schrobben, en zoals zo vaak was ik vergeten een muziekje op te zetten tijdens het afwassen. En om dan nou helemaal m’n handen af te drogen en alsnog even een nummertje te starten, daar ben ik dan weer te lui voor. Maar er gebeuren wel eens ongewenste dingen als ik geen muziek op heb staan, zoals gedachten die opeens ontsnappen en wild door mijn hoofd gaan rennen. Voor ik inga op die gedachten, wil ik het even hebben over mijn soort-van goede voornemens voor 2016. Veel mensen hebben een grote afkeur voor goede voornemens. Ze hebben daarbij een heel verhaal over hoe zíj daar echt niet aan doen hoor, want als je iets aan je leven wil veranderen dan kun je dat net zo goed op 4 april doen, of op 27 oktober. Prima. Maar we weten allemaal dat 4 april gewoon een kutdag is, waar 1 januari nog dat fijne gevoel heeft van een vers, fris jaar wat voor de deur staat. Zelf zet ik geen doelen die per sé op 1 januari ingaan, maar eerder doelen die ik voor 31 december van dat jaar bereikt wil hebben. Of waar ik in ieder geval goed naar op weg wil zijn.

Ook dit jaar deed ik dat. Niet dat mijn leven op 31 december 2015 erg slecht was, overigens. Veel van de problemen waar ik een blog of twee geleden over schreef, hadden zichzelf opeens in een onwerkelijk aanvoelende week voor kerst massaal bijna magisch opgelost, en er staan hopelijk nog vele mooie dingen op me te wachten deze maand. Maar er was toch verandering nodig. Zo viel/val ik nog steeds te vaak om 3:30 ‘s nachts in slaap, om dan om 1 uur ‘s middags nog eens uit bed te komen. Dat voelt ‘s avonds goed, maar de rest van de dag niet. Het is één van die dingetjes die ik moet veranderen, maar die relatief lastig aan te pakken is. Het vereist namelijk een ingrediënt wat in het gerecht genaamd Fant ontbreekt: discipline. Ik heb moeite met mezelf dwingen tot dingen waar ik geen zin in heb, ook als die dingen in de toekomst onvoorstelbaar grote voordelen hebben. Dit is de reden voor zoveel van mijn problemen, en ik wil er in 2016 wat aan gaan doen. Want het houdt me tegen bij het bereiken van al mijn grootste dromen. Het zorgt er wel voor dat ik heel veel videogames heb gespeeld, en het halve Netflix-aanbod heb afgekeken. Maar dat zijn geen dingen die je trots op je CV zet, meestal.

Dus, ik besloot mijn problemen een keer klein aan te pakken, op basis van enkele tips van mensen die daadwerkelijk wat weten van dit soort dingen. Klein beginnen is altijd verstandig, dus maakte ik grootse plannen. Om die daarna steeds verder terug te brengen. Ik zou beginnen met twee simpele handelingen dit jaar, namelijk elke dag mijn bed opmaken, en elke dag de afwas doen. Voor ik mijn slaapkamer ‘s ochtends (of soms dus ‘s middags) verlaat, moet mijn bed opgemaakt zijn. Daar herinner ik mezelf aan met een lelijke, maar opvallende, knalgroene post-it. Daarnaast moet ik na mijn avondmaaltijd elke dag even snel de afwas doen. Gewoon even tien minuutjes uit mijn meestal lege dagplanning halen om mijn bordjes schoon te poetsen. Simpele taken, maar het begin van iets groots.

En terwijl ik dus vandaag braaf voor de vijfde keer dit jaar mijn afwas stond te doen (okay, stiekem de vierde. Gisteren at ik buiten de deur. Nee, gezond eten staat niet op mijn lijst van goede voornemens), bedacht ik me opeens dat mijn oude afwasgedrag meer zegt over de staat van mijn leven dan ik me in eerste instantie realiseerde. Wat ik voorheen deed, was het opsparen van mijn afwas. Omdat ik alleen leef, gebruik ik niet veel spullen. Dus ik vertelde mezelf dat het zonde was om dagelijks de afwas te doen, en dan spaarde ik het twee dagen op. Maar de tweede dag had ik er geen zin in, want dan stond er al een dubbele lading. Dus dan kon het nog wel een dagje wachten. Laten we nog maar een paar dagen doorspoelen, naar dag zes. Ik heb zes grote borden, dus die waren dan meestal allemaal vies. De stapel afwas op het aanrecht was dan relatief schandalig geworden voor een eenpersoonshuishouden, dus ik zag er dan enorm tegenop om hem weg te werken. Soms at ik dan licht beschaamd van plastic bordjes, mijn verplichtingen nog altijd vooruit schuivend.

Wat we hier zien gebeuren is dat ik een kleine taak niet doe omdat ik hem nutteloos acht, waardoor ik de taak vooruit schuif tot hij zogenaamd nut heeft. Maar als zo’n taak eenmaal gegroeid is naar mijn standaarden van nuttigheid, dan lijkt hij ondertussen al te overweldigend voor mijn luie brein. Dus dan doe ik hem niet, of ik stel hem uit tot het absurde. Het punt waar de schimmel nog net niet op mijn borden staat. Het punt waar ik nog één dag heb om een belangrijk telefoontje te plegen, of waar ik nog 2 uur heb om een rekening te betalen voor de aanmaningen op de mat vallen. Allemaal veel grotere en belangrijkere dingen dan een afwasje, maar op een bepaalde manier ook weer precies hetzelfde. Dus, ik ga mijn uiterste best doen om mijn doel voort te zetten. In de paar afgelopen dagen heeft het me al zoveel rust gegeven om elke ochtend gewoon een leeg aanrecht te zien, maar ik denk dat het nog veel grootsere gevolgen kan hebben. Ik denk dat het me kan leren om grote taken op te delen in kleine, haalbare stukjes die mijn luie reet van de bank of uit het bed weten te krijgen.

Ik heb nog zoveel geweldige ideeën in mijn hoofd en op papier die ik in mijn leven (niet per sé in 2016) wil uitwerken. Prachtige websites, producten en diensten die óf de wereld kunnen helpen, óf die mij kunnen helpen om een inkomen te vergaren. Of allebei. Maar ik doe er niks mee. Want ik denk niet dat ik ze kan waarmaken, omdat ik alleen maar kijk naar het gigantische geheel. Die enorme taak van “een website bouwen”, “een product maken en marketen”, “een dienst starten”. Maar wat nou als ik eens mijn perspectief zou aanpassen? Wat nou als ik eens zou kijken naar “een domeinnaam registreren”. Vijf minuutjes werk, hooguit. Klaar. Ik heb wat bereikt, en ik heb de eerste stap gemaakt. Op naar stap twee: “een startpagina maken”, “een CMS installeren”, “één scriptje schrijven”. Geen idee, ik noem maar wat voorbeelden. Mijn punt is dat het hierbij gaat om haalbare stappen, in plaats van schijnbaar onbereikbare doelen. Het is hetzelfde, maar we weten allemaal dat de manier waarop je naar iets kijkt eigenlijk veel belangrijker is dan wat het daadwerkelijk is.

Maar wacht, er is meer! De afwas had nog meer prachtige revelaties voor me in petto. Ik stond een glaasje af te drogen, en voor ik hem in de kast zette hield ik hem zoals altijd onder het licht om te kijken of hij wel goed schoon was. En opeens realiseerde ik me dat ook dit symbool staat voor één van mijn problemen: perfectionisme, of onredelijke vergelijkingen. Ik heb de neiging om te claimen dat ik heel slecht ben in afwassen, terwijl mijn servies en bestek gewoon prima schoon is. Het probleem zit niet in mijn afwasvaardigheden, het zit in mijn eisen. Dat realiseerde ik me toen ik weer eens bij een vriend van me at met een afwasmachine, en opnieuw toen ik laatst voor het eerst in lange tijd in een restaurant was. Mijn borden zijn over het algemeen schoner dan die uit een afwasmachine, en daar eet ik ook gewoon van zonder problemen. Waarom stel ik dan zulke onrealistische eisen aan mezelf? Waarom vind ik het alleen acceptabel als mijn glazen er uitzien alsof ze net uit de verpakking komen?

Ook dit is door te voeren op meer aspecten van mijn leven. Als ik iets schrijf, moet het perfect zijn, anders vernietig ik moeiteloos een uur aan schrijfwerk wat vaak naar gemiddelde standaarden helemaal niet slecht was. Soms begin ik dan later helemaal opnieuw, maar nog veel vaker komt het er gewoon nooit meer van om het uit te schrijven. Ook mijn vele af-en-aan pogingen tot programmeren hebben altijd geleden onder dit probleem. Ik kan er niet goed tegen om slechte dingen te maken, en daarom maak ik niks. Terwijl het maken van slechte dingen een extreem belangrijke stap is op de weg naar het maken van goede dingen. Als ik ooit goede websites wil maken, moet ik eerst bagger maken, zodat ik kan leren van mijn fouten. En zodat ik in ieder geval íets maak, wat altijd beter is dan maar niks creëren omdat het naar mijn belachelijke standaarden toch niet goed genoeg is. Hoe ik dat precies oplos weet ik niet 100% zeker, maar ik denk dat het gewoon een kwestie is van mezelf er overheen zetten, waar weer de eerder genoemde discipline voor nodig is. Mijn interne criticus moet zijn bek gaan houden en luisteren naar mijn reële gedachten. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, maar ik ben me in ieder geval bewust van het probleem, en ik denk dat ik het met een beetje tijd aanzienlijk kan inperken.

En zo concludeer ik de fantastische ontdekkingen die ik deed tijdens een simpele afwas op een simpele dinsdagavond in januari. Ik weet niet hoe de rest van het jaar gaat lopen. Ik heb overmorgen een sollicitatiegesprek, de eerste in ik geloof anderhalf jaar. De resultaten daarvan zullen een flinke invloed hebben op hoe de rest van het jaar zich af zal spelen, maar voor beide uitkomsten heb ik plannen. Plannen die ik dit keer rustig ga aanpakken om mezelf te beschermen. Ik heb geleerd van mijn (vele) vorige fouten. Van mijn gefaalde opleidingen, mijn gefaalde baantjes en mijn gefaalde projecten. Ook die waren belangrijk om me op dit punt te krijgen. Het punt waar ik straks in een opgemaakt bed stap en morgen op een leeg aanrecht mijn ontbijt klaarmaak. Dat klinkt heel dom, maar het is voor mij een kleine overwinning die ik hoop tot en met, en na, 31 december door te zetten. Langzamerhand zal ik steeds meer dingen toevoegen. Kleine dingen, en later grotere taken. Mijn leven is nog lang niet waar ik het wil hebben, maar het is zoveel verder dan in januari 2015, en dat moet ik vooral niet vergeten.


 

Bedankt voor het lezen van deze mild interessante afwasgedachten, en aan degenen die geïnteresseerd zijn in mijn leven: vrees niet. Ik wil weer meer gaan schrijven, en zit de laatste tijd ook een beetje met het idee te spelen om mijn vorderingen (en andere breinspinsels) op video vast te leggen. Denk aan dit soort blogs, maar dan audiovisueel gebracht. Het traditionele vlogformaat is misschien niet helemaal mijn ding, dus ik wil het wat unieker aanpakken. Hoe en wat weet ik nog niet precies, maar wie weet zie je me ergens dit jaar op jijbuis.com verschijnen. Mocht dat niks worden, wil ik in ieder geval proberen dit jaar, in tegenstelling tot 2015, wel meer dan vijf blogs te schrijven.

2 thoughts on “Hoe mijn afwasgedrag mijn leven symboliseert

  1. “Mocht dat niks worden, wil ik in ieder geval proberen dit jaar, in tegenstelling tot 2105, wel meer dan vijf blogs te schrijven.”

    Ik zie twee mogelijkheden:
    1. Je komt uit de toekomst.
    2. Dit is een voorzichtige eerste stap naar het anti-perfectionisme.

    Oké, gekkigheid. :p
    Wederom een uitstekende blog, en ik wens je veel succes in 2016! Keep up the good work!

    • Haha, ik had hem nog zo grondig overgelezen! Maar als ik in 2105 nog leef zou ik 112 zijn. Zou wel mooi zijn als ik dan nog kan bloggen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*
*
Website

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.