ANWB europaservice: alleen voor dure auto’s

Vorige week had ik vakantie, iets waar ik al naar uitkeek sinds mijn vorige vakantie, ruim een jaar geleden. Ik heb niet veel geld, en die ene week per jaar dat ik er écht op uit kan om wat van de wereld te zien, daar kan ik eeuwen naartoe leven. Dit jaar zouden we naar Italië rijden, onder andere via de Stelviopas. We zouden het Gardameer zien, de Großglockner rijden en nog veel meer mooie dingen doen. Zoals elk jaar was het plan om met mijn MX-5 te gaan, samen met nog drie andere MX’en van mijn vrienden. Er gaat weinig boven rondrijden met een groepje fantastische roadsters door de bochtige bergwegen van qua wegen zwaar superieure landen als Duitsland, Oostenrijk en Italië. Het is waar ik van droom, waar ik voor leef en wat ik de rest van mijn leven zou doen als ik ooit de loterij mocht winnen.

Maar die loterij sla ik maar even over voorlopig, want mijn geluk lijkt op te zijn. Mijn MX-5 is al het hele jaar in onderhoud voor van alles en nogwat, wat ook te maken heeft met een uit de hand gelopen project. Het begon steeds krapper te worden of hij nog wel meekon op vakantie, en twee dagen voor vertrek heb ik helaas definitief moeten besluiten dat de MX het niet ging redden dit jaar. Hij was er niet klaar voor, en daar baalde ik enorm van. Terwijl mijn vrienden in hun MX’en over de prachtige bergpassen zouden rijden, zag ik mezelf er al achteraan hobbelen in mijn lompe diesel stationwagon. Maar ik had ten minste nog mijn lompe diesel stationwagon! Mijn geliefde Citroën C5: een auto die ik in de twee maanden dat ik hem heb enorm ben gaan waarderen voor alles wat hij is, en wat hij niet is. Eigenlijk was het idee om de C5 ná de vakantie een goeie onderhoudsbeurt te geven, maar nu moest hij opeens last-minute op reis. Geen zorgen: ik vertrouwde in de auto.

Helaas was dat vertrouwen blijkbaar niet geheel terecht. Op de eerste dag begon mijn automaatbak kuren te vertonen. Hij weigerde soms op te schakelen, en even later viel hij zelfs willekeurig uit de versnelling, wat erg gevaarlijk was op de bochtige bergweggetjes waar we toen al waren. Ik vermoedde zelf een probleem met de ATF, gezien de C5 een hydraulische automaat heeft. Één ding was zeker, ik wou niet stranden midden op een bergweggetje waar motoren met 100 de bocht om zeilen klaar om zich in mijn auto te boren terwijl die gestrand staat. Ik heb de auto snel aan de kant gezet en de ANWB gebeld. Na lang wachten had ik eindelijk iemand aan de lijn, die met veel moeite mijn locatie wist te bepalen, en een klein uurtje later kwam de ADAC langs. Een belachelijk aardige Duitser heeft ons geholpen. We waren instant broeders door zijn metalshirt, en het is oprecht één van de meest vriendelijke personen die ik ooit ontmoet heb. Hij sprak goed Engels en heeft ons fantastisch geholpen. Uiteindelijk heeft hij de auto afgesleept naar een ADAC punt. In de voorwaarden van de ANWB stond dat de auto gerepatriëerd zou worden als hij niet binnen 48 te fixen viel. Het was een zaterdagavond, dus de ADAC heeft geconcludeerd dat dit niet het geval was. Toen ook nog één van de MX-5’en waarmee we op pad waren hitteproblemen kreeg, hebben we besloten met pijn in ons hart de vakantie af te lassen en terug te gaan naar Nederland.

Hetgene waar ik het hele jaar naar uit had gekeken, wat ik zorgvuldig had gepland inclusief het boeken van alle hotels, viel zo opeens in het water. We hebben tot 4 uur ‘s nachts geprobeerd een huurauto te vinden, en toen dat niet lukte wanhopig naar een hotel gezocht, wat goddank uiteindelijk is gelukt. Om toch nog een beetje vakantie te hebben, besloten we een midweekje Texel te pakken: een veilige vakantie waar weinig fout kan gaan. Spoel een paar dagen door. Ik zit op Texel en besluit de ANWB te bellen om te kijken hoe het staat met mijn auto en wanneer ze hem gaan terughalen naar Nederland. Dat is wat ik wil en de site heeft mij verteld dat ik daar recht op heb.

Ik voldeed aan alle voorwaarden… Dacht ik.

Van wat ik gezien had voldeed ik aan alle voorwaarden. Mijn auto was niet te fixen binnen 48 uur of voor de terug- of doorreis en ik had het goede abonnement voor repatriëring. Maar toen ik eindelijk, na weer tergend lang wachten met het vreselijkste wachtmuziekje aller tijden, iemand aan de telefoon kreeg werd mij doodleuk verteld dat ze overgingen tot het slopen van mijn auto! Mij was hierover niks verteld: de ANWB had zelf besloten. Ik raakte in milde paniek en heb ze meteen gezegd dat ik daar niet mee instem en ze gevraagd waarom ze dat in godsnaam in hun hoofd zouden halen. Ik heb die auto pas twee maanden en heb maar weinig geld. Als ik mijn auto kwijt ben, kom ik niet naar mijn werk, en ik heb geen geld liggen om zomaar even een andere auto te halen. Als je mijn auto afpakt, pak je mijn inkomen af. Ik kan niet altijd maar auto’s blijven lenen zoals ik momenteel doe.

De hele redenatie van de ANWB om mijn auto te slopen in Duitsland? De dagwaarde is te laag. Slechts 1450 euro, wat zij blijkbaar weinig geld vinden. Ik heb ze verteld dat ik ze toen even niet wou spreken en heb mijn vakantie afgemaakt, met toenemende moeite om nog te genieten. Ik heb de voorwaarden opgezocht, en inderdaad, daar staat het volgende zinnetje verstopt. Op de site is hier niks van terug te vinden uiteraard, want dan zouden opeens veel minder mensen het Europa pakket afsluiten. Ik vind het raar hoe de 48-uursregel en de regel dat de hoogte van de kosten wél genoemd worden op de site, maar de restwaarde-regel niet.

Als de kosten van repatriëring hoger zijn dan de waarde van uw auto na de pech,
repatriëren wij niet. In overleg met u voeren wij de auto, in het land waar deze zich
bevindt, in. Eventuele restwaarde komt hiermee te vervallen.

Vandaag, nu mijn vakantie voorbij is, ben ik weer naar de ANWB gaan bellen. Ik wou mijn auto terug naar Nederland zodat ik daar het probleem kan laten oplossen, maar volgens hun zijn de kosten van de repatriëring hoger dan wat de auto nog waard is na de schade. Het hele probleem in deze situatie is, is dat de schade niet gedefinieerd wordt door de ANWB. Volgens hun is de “automaatbak defect”. Dat klopt in zekere zin, maar er is geen enkele diagnose geweest van wát er mis is met de automaat. Het enige bekende is dat hij soms niet goed schakelt. Misschien is de hele bak opgeblazen, of misschien heeft hij een simpele flush nodig en komt alles weer goed. Niemand weet nog wát er mis is met mijn auto, en toch wordt hij al afgeschreven onder het mom van dat de restwaarde lager is dan de kosten van de repatriëring. Maar hoe wordt die restwaarde bepaald? Volgens de ANWB is het de dagwaarde minus de reparatiekosten, maar niemand weet de reparatiekosten omdat niemand het probleem weet. De ANWB komt met een bedrag van 2000 euro aanzetten, waarschijnlijk voor het compleet vervangen of reviseren van de bak. Dat doen ze omdat dat bedrag hun goed uitkomt, want dan hoeven ze geen repatriëring te regelen.

Waar het op neerkomt is dat je kunt stranden met een kapotte bougie, en de ANWB wil je auto slopen omdat je motor defect is. Een nieuwe motor kost al snel 5000 euro, en als je auto dan maar 4000 waard is, ja, dan kan dat echt niet uit hoor. Sloop hem maar gewoon. Het maakt voor hun niet uit of je een kapotte bougie hebt of dat je een hele zuiger door je blok hebt geblazen. Voor de ANWB is er alleen een “defecte versnellingsbak” blijkbaar, en daar hangen ze zelf maar een prijskaartje aan wat ze goed bevalt zodat ze vooral hun betalende klanten niet hoeven te helpen. Ik ben al zeven jaar lid, maar ik heb tot nu toe niks anders gehad dan dwarsliggende klantenservicemedewerkers die allemaal doen alsof zij nergens wat vanaf weten en er niks aan kunnen doen. Ze tonen geen enkel medeleven met het feit dat ze nu zomaar de auto willen gaan slopen die ik nodig heb om op mijn werk te komen. Het is je eigen probleem. Op de vraag om een specificatie van de kosten en het probleem te krijgen, blijft de ANWB hetzelfde riedeltje herhalen: “uw automaatbak is kapot en mijn collega heeft besloten dat uw auto financieel total-loss is”. Op basis waarvan dan, vraag ik ze. “Uw automaatbak is kapot en mijn collega heeft besloten dat uw auto financieel total-loss is”. Okay, maar wát is er kapot aan mijn bak en waarom kost het 2000 euro? “Uw automaatbak is kapot en mijn collega heeft besloten dat uw auto financieel total-loss is”.

Waar het dus op neerkomt is dat de ANWB mij als klant gewoon laat stikken. Ze hebben een zielig regeltje op pagina 20 van hun voorwaarden verstopt, en met totale onwillendheid en achterhouding of manipulatie van informatie forceren ze allerlei twijfelgevallen gewoon zo dat ze in dat regeltje passen en zij niks hoeven te doen voor hun geld. Ik heb twee bedrijven gebeld, en die hebben me verteld dat het ongeveer 500 kost om de auto bij mij voor de deur te krijgen, voor mij als particulier. Voor de ANWB moet dat nog goedkoper zijn. Maar als we het ruim rekenen, betekent dat dat zolang de reparatie minder dan 950 euro kost, de ANWB de auto moet terughalen. Nu moet ik dus zelf zien te bewijzen dat dit wel of niet het geval is. Zoniet ga ik de auto zelf wel halen, want hij is me sowieso teveel waard om te slopen, maar ik vind het belachelijk hoe de ANWB mij probeert weg te sturen met dit soort onzinbedragen die ze toevallig goed zouden uitkomen, allemaal om een paar honderd euro te besparen. Een paar honderd euro die ze nu waarschijnlijk mislopen omdat ik mijn abonnement ga stopzetten zodra deze onzin voorbij is, net als een groot deel van mijn autorijdende vrienden. Het is niet alsof de ANWB de enige is die pechhulp aanbiedt.

Dus, mocht je twijfelen om ANWB europaservice af te sluiten? Zorg ervoor dat je een dikke, dure auto hebt die ver boven alle mogelijke reparatiekosten uittorent qua dagwaarde, anders kun je enige hulp vanuit de ANWB wel vergeten. De ANWB doet graag alsof ze er voor iedereen zijn, ongeacht wat je rijdt, maar eigenlijk is het weinig meer dan een ordinaire verzekeringsmaatschappij, gedreven door niks anders dan dikke ladingen geld. Heb je een laag inkomen en rij je een goedkope auto? Juist dan naait de ANWB je extra hard op je enige weekje vakantie. Gezellig.

John Wick 2: nog wicker

Dat is overigens niet de echte titel van de film, helaas. Summit, mochten jullie nog een naam zoeken voor het derde deel, bel me, dan kunnen we een prijs bespreken. Maar voor nu ga ik het hebben over John Wick: chapteer 2, zoals de film wel echt heet. Zoals je eventueel al had verwacht, is John Wick: Chapter 2 het vervolg op John Wick. Chapter 1? Nee. Gewoon John Wick. John Wick ging over John Wick, die na de dood van een paar geliefden een heleboel mensen ging doodschieten. Dat klinkt banaal, en dat was het ook, en het was verdomde glorieus. John Wick wist exact wat het was: een simpele wraakfilm, niks meer en niks minder. Het plot was simpel, maar het karakter van John was interessant genoeg om hem niet te haten, en dan die actie… Mijn god die actie. Ik kan me letterlijk geen enkele andere film indenken die zulke genadeloos brute actiescenes heeft als John Wick. Behalve nu dus, met John Wick 2.

Wat John Wick in eerste instantie boven zijn concurrenten uit tilde was de extreme impact die alles had. In te veel films worden mensen massaal neergeschoten en in elkaar geslagen, maar ze doen alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Een beetje als een vervelende mug ofzo. Niet in John Wick. Elk schot, elke klap, elk brekend bot (en dat zijn er een boel, kan ik je vertellen). Je ziet de impact, maar misschien nog wel belangrijker: je hoort het. De audio is zo heerlijk over-the-top, wat perfect past bij de stijlvolle maar meedogenloze actiescènes. Wick schiet en slaat in belachelijke aantallen mensen neer, maar elke keer is het weer een beleving. Het is zo overdreven, zo intens en soms zo creatief. Je krijgt dat rare gevoel waar je geschokt probeert weg te kijken van al het brute geweld, maar het kan niet. Het is te goed.

John Wick 2 doet niks nieuws. In feite is het bijna dezelfde film, waarin Wick opnieuw gepusht wordt tot hij doorslaat en alles en iedereen afslacht. En dat is exact wat ik wou. Wraakfilms hoeven niet meer te zijn dan dit. Soms wil je gewoon twee uur kijken hoe iemand grote porties brute wraak uitdeelt. Slechte mensen krijgen hun verdiende loon, en daar nog een portie geweld bovenop. Dat is bevredigend, daar kun je nou eenmaal niet onderuit. Wick heeft het genre geperfectioneerd, met stijlvolle actiescènes die voor de afwisseling eens goed te volgen zijn. Hier geen schokkende camera’s waardoor je na een minuut al niet meer weet wie nou eigenlijk wie aan het slaan is. Het is altijd duidelijk wat er gebeurt, en dat wat er gebeurt is altijd de moeite waard.

Je hebt vast wel door tegen deze tijd dat ik enthousiast ben over John Wick en het vervolg. Ik word er gewoon heel erg blij van als films weten wat ze zijn en niet meer proberen te zijn dan dat. John Wick is daar een schoolvoorbeeld van. Het zijn films die hun genre zo perfect uitvoeren dat het lastig te verbeteren zal zijn. Alleen het hevig onderschatte “Death Sentence” komt misschien in de buurt. Okay, John Wick 2 had misschien net wat meer vernieuwing kunnen brengen, maar eigenlijk heb ik geen enkel bezwaar tegen twee  uur meer Wick. Ik zou zo nog twee uur kijken voor ik ook maar een kleine behoefte zou hebben aan misschien wat meer karakterontwikkeling ofzo. Dus ben je op zoek naar een belachelijk goede wraakfilm die niet meer probeert te zijn dan een belachelijk goede wraakfilm? Pick a Wick! Deel 1 staat op Netflix en deel 2 draait nu in de bioscoop, waar je hem wilt zien zodat elk schot door je lijf dreunt zoals het hoort.

The Grand Tour is niet nieuw genoeg

Een half jaar geleden schreef ik een blog genaamd “Het nieuwe Top Gear is niet nieuw genoeg“. Daarin bekritiseerde ik het nieuwe BBC Top Gear, met Chris Evans en Matt Leblanc, omdat het teveel op het oude Top Gear met Clarkson, Hammond en May probeerde te lijken. Zelf had ik gehoopt dat ze op zijn minst een heel klein beetje vernieuwing zouden invoeren. Maar er was nog hoop! BBC Top Gear was de tegenvaller die eigenlijk iedereen had verwacht, maar het legendarische oude Top Gear trio was met een oneindige zak geld van Amazon aan de slag gegaan om hun eigen programma te maken. Een programma zonder een brave Engelse omroep die in hun nek stond te hijgen. Een programma op het internet, zonder de limieten van televisie. Een programma waarin ze alles konden doen wat ze maar wouden! Dit kon het magnum opus van Clarkson, Hammond en May worden.

Maar dat werd het niet. Ik heb nu de eerste drie afleveringen van The Grand Tour, zoals het programma heet, gekeken. De spijtige conclusie is dat er niks veranderd is. Sterker nog, het lijkt erop dat The Grand Tour de slechte punten van Top Gear hevig heeft versterkt, en de goede op de achtergrond heeft gedrukt. In de latere seizoenen van Top Gear begon het steeds meer duidelijk te worden dat de humor gescript was, en werd het programma daar continu schaamtelozer in. Het begon steeds meer op sketches te lijken en minder op reality TV. The Grand Tour legt dit er zo dik bovenop dat het ronduit pijnlijk is geworden. Ik snap best dat je een beetje met de realiteit moet spelen om leuke televisie te creëren, maar dit is gewoon belachelijk. De tweede aflevering van The Grand Tour, die trouwens nauwelijks auto’s bevat, is gewoon één groot toneelstukje. En als ik naar een toneelstukje ga kijken, kijk ik liever niet naar drie middelbare kerels. Die middelbare kerels wil ik achter het stuur zien.

Pas bij de derde aflevering ging de serie zijn naam een beetje eer aan doen. “The Grand Tour” wekte de illusie dat het programma meer gefocust zou zijn op het rondreizen van de wereld. Helaas bleek dat eigenlijk alleen te wijzen op het feit dat de tent van waaruit het programma elke week gepresenteerd wordt over de wereld reist. Verder hebben we nog steeds een zooi losstaande items. In de tweede aflevering, waar de tent in Johannesburg stond, werd dat een heel klein beetje benut. Een heel klein item van een paar minuten ging in op de autocultuur van Zuid-Afrika, en dat was machtig interessant. Helaas was het veel te snel voorbij en ging men weer door met hun pijnlijk ingestudeerde toneelstukje. Maar zelfs in de derde aflevering, waarin het trio eindelijk op roadtrip gaat in Italië, voelt alles een beetje verkeerd. De hele grap van Hammond die in een luide Challenger Hellcat meerijdt tussen de beschaafde GT-auto’s is voorspelbaar en héél even grappig, maar het wordt weer zo pijnlijk uitgeperst tot de laatste druppel. Het item eindigt opeens terwijl het nog helemaal niet af voelt, en dan springt men weer naar het volgende.

Het hele programma voelt onprettig chaotisch, en er wordt eigenlijk veel te weinig aandacht aan de auto’s besteed. De tests op het nieuwe circuit zijn redelijk, maar de vervanger van de Stig is ook weer een voorbeeld van hoe het programma de plank volledig misslaat. Een dikke Amerikaanse redneck die grappen maakt over NASCAR is al miljoenen keren gedaan, en was na twee minuten wel leuk geweest. Alles voelt gewoon als een wanhopige poging om het succes van Top Gear te herhalen, terwijl dit juist de uitgesproken kans was om die hoognodige veranderingen door te voeren. The Grand Tour als naam wekt verwachtingen. Waarom is het niet een programma geworden waarin het trio elke week in een drietal bijpassende auto’s door een bepaald land rijdt en de lokale autocultuur in beeld brengt? Een rijtest op hét circuit van het land in kwestie (Zandvoort voor ons kikkerlandje, de Nürburgring voor Duitsland, Spa voor Frankrijk etc.), eventueel door een bekende coureur uit dat land, zou veel interessanter zijn geweest. Er had aardig berust kunnen worden op natuurlijk voortvloeiende humor die bij een roadtrip ontstaat, en niet op pijnlijk gescripte grappen. Het had een prachtige kijk kunnen worden op de autocultuur over de hele wereld. Sommige landen, zoals Japan, zijn misschien wel een heel seizoen waard, andere één aflevering.

Wat we nu hebben is Top Gear 0.75. Het is niet eens een betere versie van zichzelf geworden, het is erop achteruit gegaan, en dat is zo verdomde jammer. De vrijheid en het geld dat Amazon heeft ingebracht zijn totaal niet benut. Het is in mijn ogen jammer dat Clarkson, Hammond en May blijkbaar zelf nog steeds niet zat zijn van continu hetzelfde doen, keer op keer. Okay, ik zou misschien ook niet snel zat worden van dik betaald rondrijden in supercars, maar ze hadden de kans om dat te doen, en nog veel meer! Maar ze zijn een beetje vastgeroest in hun rollen, en nu ze de vrijheid hebben om daaruit te stappen, lijken ze niet meer helemaal te weten hoe dat moet. Ik zou zeggen, Netflix, of wie dan ook, stap hier op in. Het is tijd voor een vernieuwend autoprogramma wat de magie van de oude Top Gear weet te vangen, maar dan met de vernieuwing die het nodig heeft. Het vinden van de juiste presentatoren gaat het moeilijkste worden, dat heeft BBC Top Gear 2.0 wel bewezen, maar met de huidige staat van het oude Top Gear trio is het helaas niet meer heel moeilijk om te overtreffen. Ik bied mezelf alvast aan, in ieder geval.

Ik heb nog hoop dat Clarkson, Hammond en May vooral een beetje moeten wennen aan hun nieuwe mate van vrijheid, en dat het misschien allemaal nog wel wat bijtrekt. Maar er is helaas ook een redelijk grote kans dat dit het gewoon is. Ze zeggen dat ze er over vijf jaar klaar mee zijn, en ik zie ze er eigenlijk wel voor aan om gewoon vijf jaar lang deze rollen te blijven spelen tot ze met pensioen gaan. Dat zou jammer zijn, want ik weet niet of ik in dat geval nog vijf jaar naar hun programma wil blijven kijken.

Sons of Anarchy: Sutter’s bloedige bikerfantasie

DEZE BLOG GAAT HEVIGE SPOILERS BEVATTEN VOOR EEN SERIE DIE JE TOCH NIET MOET GAAN KIJKEN! LEZEN OP EIGEN RISICO!

sons-anarchy

Sons of Anarchy; bijna erger dan een SOA

Een paar maanden terug lag ik depressief op mijn bank, depressief te zijn, zoals ik dat wel eens doe. Ik zocht afleiding, en we weten allemaal dat er weinig afleidender is dan Netflix. Duizenden films en series instant op je scherm zonder enige vorm van oponthoud. Het is dé manier om je leven volledig weg te gooien, en dat is exact wat ik zocht. Ik was net klaar met een andere serie, en zocht iets nieuws. In de lijst stond ‘Sons of Anarchy’; een serie over een motorbende die, volgens de Netflix omschrijving, de strijd aangaan met neonazi’s, corrupte agenten en ander gespuis. Ofzo. Het klinkt bijna nobel, toch?

Nu, vele maanden later (en een stuk minder depressief, voor degenen die zich zorgen maakten),  heb ik zojuist de laatste aflevering van het laatste seizoen doorgezeten. Het was een uitdaging, moet ik eerlijk toegeven. Sons of Anarchy begint sterk. Hoofdpersoon Jax Teller zit met een moreel dilemma over zijn motorbende, die steeds gewelddadiger lijkt te worden. Hij vindt een manuscript van zijn overleden vader over dit geweld en probeert de club in een betere richting te sturen, wat uiteraard niet makkelijk gaat. Problemen overal, hier en daar wat geweld, maar het blijft redelijk in balans. De serie voelt goed uitgewerkt, met redelijk interessante karakters. Ik zou ook zeggen dat de eerste twee seizoenen best het kijken waard zijn. Daarna… Uh, nee.

Laat me even voorop stellen dat ik niet iemand ben die snel klaagt over geweld in entertainment. Ik maai regelmatig bergen virtuele mensen neer in verscheidene videogames, en heb tot mijn spijt zelfs een redelijk deel van de ‘Saw’ filmreeks gezien. Het geweld zelf is het probleem niet in Sons of Anarchy; het is hoe ermee om wordt gegaan. De serie wordt naarmate hij vordert in een schrikbarend tempo steeds bloediger. Waar er eerst nog enkele doden per seizoen vielen, loopt dat al snel op naar soms dozijnen per aflevering. Elk karakter in de serie begint als een volkomen losgeslagen massamoordenaar iedereen kapot te schieten, zonder daar ook maar enige moeite mee te hebben. Ze schieten onschuldige mensen neer, laten ze liggen en zorgen dat iemand anders het lijk opruimt, alsof het niks is. Het geweld verliest door de extreme kwantiteit en de nonchalante manier waarop de karakters ermee omgaan, elke vorm van impact. Je ziet het mijlenver aankomen dat die zogenaamde deal die gesloten wordt, toch wel weer gaat eindigen in een bloedbad. En dat gebeurt ook. Elke. Enkele. Keer. De serie denkt dat het je schokt met zijn plottwists. “Ooh, er zaten mannen met geweren in dat busje die nu iedereen afschieten! Dat zag je niet aankomen he?“. Jawel, Kurt Sutter. Dat zagen we wel aankomen, want je hebt het al tien keer eerder gedaan. Uiteindelijk zit je gewoon gapend te wachten tot iedereen zijn pistool trekt en elkaar gaat neermaaien.

Het ergste aan alle geweldsorgies zijn niet het geweld zelf. Dat zijn we allemaal wel aardig gewend vandaag de dag, vermoed ik. Nee, het is de smerige manier waarop de serie zijn karakters wil neerzetten. Ze worden van begin af aan opgehemeld als nobele familiemannen die alles doen voor hun club en hun familie. Natuurlijk, ze dealen in wapens en drugs en ze schieten hier en daar wat andere criminelen neer, maar ze doen het echt uit liefde hoor. En in de eerste paar seizoenen zit daar nog wel wat achter, op zich. Er wordt niemand neergeschoten die het niet verdient, en het geweld heeft dan nog impact. Het moment dat de vrouw van één van de hoofdkarakters per ongeluk wordt doodgeschoten is erg heftig, en wordt goed krachtig neergezet. De impact blijft een lange tijd zichtbaar in de karakters. Een paar seizoenen later wordt een complete club vol onschuldige prostituees genadeloos afgeslacht. We krijgen ongeveer twee shots van de schuldigen die een beetje geschokt kijken, voor ze over zaken beginnen te praten en weer verdergaan met mensen neerschieten. Je kunt het excuus gebruiken dat het een soort kritiek is op hoe je gewend raakt aan geweld ofzo, maar dat is het overduidelijk niet. Kurt Sutter, de regisseur van deze labiele zeven seizoenen lange geweldsorgie, is teveel bezig met het verheerlijken van deze bikermannetjes en hun ‘ruige’ leven. Zoetsappige montages van hoe ze hun kinderen kussen, hun moeders omhelsen of huilen om iets (nooit de honderden mensen die ze vermoord hebben, trouwens) zorgden bij mij meestal voor een ongelovig lachen, in plaats van de bedoelde tranen.

Net zo lachwekkend is de manier waarop “de club” wordt neergezet. Ik heb geen idee hoe het er in een echte motorbende aan toegaat, maar de mannen in Sons of Anarchy maken vooral de indruk van volwassen kerels die gangstertje aan het spelen zijn. Ze hebben een clubhuisje waar ze met een hamertje meetings houden, ze hebben koosnaampjes voor elkaar en allerlei andere zaken (je gaat niet dood. Nee, je ontmoet ‘Mister Mayhem’. Hoe oud ben je?), ze doen opperzielig over het uittrekken van hun leren jasje en ze mogen alleen maar op hun bespottelijk luide Harley Davidsons rijden, anders liggen ze uit de club. De overeenkomsten met een stel achtjarigen die vanuit hun zelf gebouwde boomhut een club hebben opgericht zijn enorm. En meisjes zijn bah, natuurlijk. De Sons of Anarchy is een mannelijke club voor mannelijke mannen vol gezichtshaar en tattoos. Vrouwen worden bijna alleen maar “pussy” of “old ladies” genoemd. Misschien is dit hoe het bikerleven in de VS is, maar desondanks walgde ik soms echt van hoe deze mensen werden neergezet als helden. Het zijn geen helden. Ook geen antihelden. Het zijn zielige mankinderen op motorfietsen die denken dat ze alles kunnen maken omdat ze een leren jasje aan hebben. Ik hoop echt met een passie dat niemand die deze serie kijkt ook maar een klein beetje hoopt te zijn zoals deze personages.

Zoals te veel series, gaat Sons of Anarchy vooral te lang door. Drie seizoenen was mooi geweest. Het tweede seizoen was in mijn ogen de laatste echt goede, maar liet nog genoeg ruimte over voor een geweldige afsluiter. In plaats daarvan zijn er zeven seizoenen. Zeven! En de afleveringen worden steeds langer, tot wel 80 minuten, wat gewoon speelfilmlengte is. Er gebeurt niet meer. Nee, er is gewoon meer tijd nodig voor alle scenes vol moord, verderf en het begraven van lijken (de karakters zitten serieus lacherig te roepen dat hun begraafplek in het bos vol raakt. Haha! Wat geinig. We hebben het bos volgestopt met lijken). Je hoopt ergens nog dat de boodschap uit de eerdere seizoenen terugkeert, maar dat gebeurt nooit echt. De laatste aflevering doet een poging, maar slaat daarna weer de plank volledig mis. Jax, die tegen die tijd waarschijnlijk al richting de duizend mensen vermoord moet hebben, direct of indirect, wordt tot het laatste moment neergezet als een held. Ook als hij zelfmoord pleegt door zijn motorfiets op een onschuldige vrachtwagenchauffeur in te rijden en die voor het leven te traumatiseren. Oh, wat een prachtige gekrenkte ziel. Hij ging op zijn geliefde motor het leven uit. Wat ontroerend. Toch? Nee. het is een verknipte seriemoordenaar die zijn laatste slachtoffer maakt. Ik had er geen problemen mee gehad, als Sutter het ook zo gebracht had.

Waarom ik de serie heb afgekeken? Meh, ik heb nog steeds iets nodig om mijn leven aan te vergooien, en ik had tot de laatste aflevering aan toe nog hoop dat het zichzelf nog een beetje ging fixen. Dat deed het niet. Sons of Anarchy blijft tot het laatste moment bergafwaarts gaan. Ergens is het wel komisch; de serie begint met het dilemma van Jax die al het geweld in zijn club wil stoppen. Hij laat zichzelf er door meevoeren en wordt steeds gewelddadiger. Dat was een bewuste keuze van de schrijvers. Maar later lieten ook zij zich meevoeren. De boodschap onder het geweld sijpelde langzaam weg met alle liters bloed, en het enige wat overbleef was een stapel lijken. Wat een serie had moeten worden over een nobele bikergang die het rechte pad opzoekt, werd vooral een langdurige verheerlijking van Sutter’s bloedige bikerfantasie. Wees maar blij dat ik het voor je gekeken heb, en zoek lekker een andere serie op. Netflix heeft er genoeg.

Nieuwe Top Gear is niet nieuw genoeg

Vandaag was het nieuwe Top Gear voor het eerst op TV, en ik stofte mijn TV-ontvanger er speciaal voor af. Ergens had ik een klein sprankeltje hoop dat de BBC het niet verpest had. Er was namelijk best veel potentie. Top Gear met Clarkson, Hammond en May was altijd nog vermakelijk, maar het begon wel erg oud te worden. De gescripte grappen en situaties werden steeds duidelijker, en de humor werd soms wat voorspelbaar. Een frisse wind door Top Gear was helemaal niet slecht in mijn ogen, en ik hoop ook zeker dat het nieuwe programma van het oude setje presentatoren iets nieuws gaat doen.

Het nieuwe Top Gear doet dat in ieder geval niet. Hetzelfde intromuziekje, dezelfde studio met hetzelfde publiek wat geforceerd staat te lachen om de 25e take van hetzelfde grapje, dezelfde overdramatische maar mooie beelden van auto’s, dezelfde entertainment>informatie manier van auto’s recenseren en dezelfde present… Wacht, nee, dat klopt niet. Clarkson is vervangen door Chris Evans, wat voor zover ik kan zien de Giel Beelen van Engeland is. Net als Giel Beelen denkt hij dat hij grappiger is dan eigenlijk het geval is, en had hij beter gewoon op de radio kunnen blijven. Chris probeert gigantisch hard om Clarkson te zijn, maar slaat niet eens een beetje in de buurt van de plank. Naast hem staat Matt Leblanc. Ja, die gast uit Friends. En hoe leuk Friends ook was, laten we niet vergeten dat het geen improvisatiecomedy was. Matt las leuke grappen voor, wat niet betekent dat hij humor heeft. Matt is de nieuwe Hammond in Top Gear, maar staat net als Evans volledig in het niets te slaan. Geen plank te herkennen in de wijde omgeving.

Het resultaat is een extreem pijnlijke herinnering aan het feit dat Clarkson, Hammond en May niet te vervangen zijn. Je voelt de ongemakkelijkheid terwijl Chris en Matt wanhopig proberen om Clarkson en Hammond te zijn, in plaats van gewoon hun eigen ding te doen. Misschien zijn ze wel grappig, maar ze willen (of moeten) nu te hard in de oude karakters passen om dat ooit te laten zien. De eerste aflevering bevat een zogenaamde race tussen Matt en Chris in Reliant Robins, wat ook voelt als een zielige poging om wat ouderwetse Top Gear humor in je gezicht te drukken. “Hey, weet je nog die keer met Clarkson en de Reliants? Dat was leuk. Hier, meer Reliants! Is ons nieuwe programma al leuk?”. Nee, BBC. Sorry.

De star in a reasonably priced car is één van de weinige dingen die veranderd is. Een nieuwe Mini is nu opeens reasonably priced, blijkbaar, en het circuit bevat nu een stuk off-road. Dat gaat vast en zeker voor eerlijke rondetijden zorgen als het straks gaat stortregenen. Maar gelukkig gebeurt dat nooit in Engeland. Het zorgt wel voor redelijk leuke beelden, dat moet ik toegeven. Sabine Schmitz, de bekende Nürburgringkoningin, was welgeteld een minuut of drie in beeld en voegde erg weinig toe. De enige persoon die dit nog had kunnen redden, Chris Harris, zit blijkbaar niet in het uiteindelijke programma en doet schijnbaar alleen de online nabeschouwing en/of Making Of. Goed bezig, BBC.

Nou was mijn enthousiasme al zo diep de grond in geboord dat het bij de onderburen in de woonkamer lag, maar er was nog één ding wat het erger kon maken. De geforceerde humor, de slappe items, de ongemakkelijkheid van de cast en het totale gebrek aan vernieuwing waren nog niks in vergelijking met deze catastrofe. Want wie liep daar binnen bij het ‘Star in a not really reasonably priced car’-segmentje?

13321000_1034043660009250_310019415_oJesse… Fucking… Eisenberg…

Top gear is dood.