2016 highlights in video

Het is kerstvakantie, en ik ben vrij van werk. Je zou denken dat dat betekent dat ik veel vrije tijd over heb, maar dat heb je fout. Mijn dagen zitten verdomd vol met allerlei leuke dingen, wat mooi is, maar het zorgt ervoor dat ik weinig tijd over heb om te bloggen. In 2017 ga ik het sowieso weer goed oppikken. Het is mijn doel het hele jaar door minstens wekelijks een blog te tikken, maar ik weet nu al dat dat niet altijd zal lukken. En soms zal ik er vijf schrijven. Zo wisselvallig ben ik.

Voor nu heb ik een video met daarin wat hoogtepuntjes van het jaar die ik, of één van mijn geweldige vrienden, toevallig gefilmd heb. Binnenkort volgen de foto’s met bijbehorende tekst, maar nu niet, want nu moet ik slapen.

Ik ben er nog!

Een week geleden schreef ik bijna elke dag een blog, en toen opeens weer niks. Maar ik ben er nog! Ik ga voorlopig niet stoppen met bloggen, maar dagelijks ga ik ook niet lang volhouden. Laten we gewoon eentje per week proberen aan te houden, en alles daarboven is een mooie bonus. Vorige week sloot ik af met een positieve noot, en die heb ik vast weten te houden. Niet dat de week niet geprobeerd heeft hem eruit te slaan, overigens… Het overlijden van een fantastische cavia waar ik jarenlang het huis mee deelde, een gemist bericht waardoor ik voor niks naar werk reed terwijl er geen werk was, een geliefde auto die APK afgekeurd werd terwijl ik geen geld had om hem te fixen en wat slecht nieuws op werk. Mijn fantastische decembermaand houdt aan. Maar desondanks heb ik mezelf op orde weten te houden afgelopen week.

Dat houdt in dat mijn wekker weer op 7:15 staat, en gek genoeg lukt het me zelfs om er dan ook daadwerkelijk uit te komen. Het is die eerste paar minuten heel moeilijk, maar daarna is het zo fantastisch om tijd te hebben voor je naar je werk moet, in plaats van te moeten haasten. Ik maak weer ochtendwandelingen rond het meer achter mijn huis, wat eigenlijk te mooi is om niet een paar keer per week te aanschouwen. Nu in de winter is het lekker koud, dus je verzuipt niet in je zweet. Daarnaast kun je de zon zien opkomen, wat best wel geweldig is.

Mijn eten ga ik vanaf januari pas weer fatsoenlijk reguleren, want dat is onbegonnen werk nu met de feestdagen, en ik ga mijn lol niet bewust bederven. Als laatste, maar niet minste, ben ik weer teruggevallen op een oude klassieker: de koude douche. Voor veel mensen is het de ultieme nachtmerrie, maar vertrouw me, het is een wondermiddel. Nou moet ik even zeggen dat ik nooit zo iemand ben geweest die “even lekker gaat douchen”. Okay, wel op een hete zomerdag, maar ik vind douchen in de winter helemaal niet lekker. Ja, als je er eindelijk onder staat en na vijf minuten kloten met die kraan de goede temperatuur hebt wel, maar dan moet je er weer onder weg en voelt het alsof je de noordpool opstapt vanuit Mexico. Dus ik verander iets waar ik toch al tegenop zag in iets waar ik nu nog net wat meer tegenop zie. Het maakt de stap iets kleiner. Koud douchen schijnt fantastisch te zijn voor je gezondheid, maar ik benut het als mentale training. Het traint je om iets te doen waar je héél erg weinig zin in hebt, maar toch door te zetten. Als bonus zorgt het ervoor dat je minder tijd verspilt aan douchen, dat je geld bespaart en dat het opeens geweldig voelt om onder de douche weg te stappen, al helemaal als er een warme handdoek klaarligt.

En schrijven. Ik geniet opeens weer zoveel van het schrijven. Niet alles wat ik schrijf gaat hier op de blog, maar ik schrijf weer bijna dagelijks, en het is geweldig. Als ik dit weet vol te houden, kan ik misschien in 2017 die jeugddroom werkelijkheid maken en mijn eerste boek afmaken. Maar ik ken mezelf, dus ik kan niet garanderen dat ik het ook echt weet vol te houden. Voorlopig vind ik het vooral belangrijk dat ik weer geniet van het schrijven, en ook van lezen trouwens. Als ik er weer een opdracht of een deadline aan ga hangen wordt het minder leuk. Voorlopig ga ik even genieten. Dat is sowieso het idee voor de rest van het jaar! Even mijn zorgen proberen te vergeten en genieten van de feestdagen. Ik hou intens veel van kerst en de sfeer eromheen, en dat ga ik niet laten verpesten door een paar kleine tegenslagen. Volgend jaar komt alles vast wel weer goed. Of niet, maar daar ben ik ook al aan gewend, dus dan dealen we daar ook wel weer mee.

Changed my mind

Ten eerste wou ik even openen met een update over het telefoondrama wat ik gisteren heb beschreven. 24 uur verder mag ik eindelijk weer inloggen op mijn eigen telefoon, en het lijkt erop dat mijn foto’s en video’s er zelfs nog zijn, wat wel erg fijn is. Google heeft onthouden welke apps ik geïnstalleerd had, dus eigenlijk is er weinig veranderd behalve dat ik straks een half uurtje bezig ben met instellingen terugzetten. Dus ja, ik moet toegeven, dat viel me mee. Alsnog ben ik van mening dat het vrij dom is dat dit in een broekzak kan gebeuren, en dat het extra dom is om iemand 24 uur uit zijn telefoon te sluiten.

Dan wou ik het verder nog even snel hebben over deze blog. Als je één van mijn (naar schatting) vijf trouwe lezers bent, valt het je vast op dat ik weer vaak iets upload. Toen ik mezelf een paar dagen geleden forceerde om een blog te schrijven, kwam ik erachter dat dat eigenlijk best goed werkt. Het is ook niet zozeer dat ik mezelf forceer om te schrijven, want dat vind ik oprecht leuk. Het is vooral dat ik mezelf forceer om niet van die belachelijke eisen te stellen aan wat ik schrijf, en dat lukt aardig. Naast blogs, wil ik hier ook zo nu en dan een muziekje plaatsen. Ik weet dat bijna niemand daar ook echt naar gaat luisteren, en dat vind ik okay. Mijn blogs zijn altijd een soort therapie geweest die ook grotendeels voor mezelf is, en ik vind het altijd mooi om terug te kunnen kijken naar hoe het bijvoorbeeld in 2013 met me ging. En muziek is daar een groot deel van. Muziek is wat me door de meeste dagen heen sleept (wat ook is waarom ik het zo erg vond dat mijn telefoon ermee stopte, gezien dat mijn muziekbron is in de auto). Door de combinatie van blogs en muziek creëer ik een soort beeld van hoe mijn leven momenteel is, wat ik later kan teruglezen en -luisteren.

Vandaag wordt samengevat met dit nummertje van E-dubble. Ik zit momenteel in een dipje, zoals ik gisteren al omschreef, maar ik ga me er niet door laten tegenhouden. We gaan gewoon rustig door, en ik doe wat ik kan. Ik heb net de chaos in mijn huis opgeruimd, wat ook de chaos in mijn hoofd weer wat beperkt. Vanaf nu gaan alle plannen die me twee maanden lang goed afgingen en die ik in deze blog beschreef weer in. Behalve dan het gezond eten… Dat gaat niet gebeuren in december, laten we even realistisch zijn. Die gaat 1 januari weer in. Verder voelde ik me fantastisch toen ik bovenstaande dingen deed, en ben ik er eigenlijk maar een paar weken deels vanaf geweest, dus we gaan gewoon verder alsof er niks gebeurd is. De enige uitdaging is morgen mijn bed uit komen, en dan gaat de rest helemaal goed komen. Misschien is die schone telefoon een mooie tijd om mijn wekkerschema aan te passen en wat agressiever te maken…

 

 

Pushing forward even though this life sucks sometimes
Fucking with this noose I promise I can get it untied
You made it outta bed, task one, crossed off
Step two: show them that you ain’t gonna be a rag doll
Stand up, backbone, strong enough to break falls
Ref is tryna make amends look at all those late calls

I went to sleep and I woke up dead
But I changed my mind and I want to live
I went to sleep and I woke up dead
But I changed my mind and I want to breathe
I went to sleep and I woke up dead
But I changed my mind and I want to go

Koop nooit Lidl broeken

Je zou het misschien niet altijd zeggen als je mijn blog leest, maar geloof het of niet: ik ben over het algemeen een positief persoon. Als je het me vraagt, zou ik de meeste dagen zeggen dat het glas halfvol zit. Maar er zijn soms van die dagen dat ik moeite heb om dat geloof in een halfvol glas vast te houden. De laatste paar dagen zijn daarvan een goed voorbeeld. Combineer dat met een winterdipje, en dat glas bevriest al snel en blijft daardoor op de halflege stand staan. Dus, om het even zonder allemaal domme metaforen te zeggen: ik voel me nu even niet heel fantastisch, en dat wil ik even van me afschrijven.

Al heel wat weken heb ik moeite met mezelf vooruit branden. Waar ik vrij kort geleden nog zonder al te veel moeite mijn leven aan het beteren was met een goed slaapritme, gezonder eetpatroon en een ongekende vrolijkheid, zakte dat op een nog onbekend moment weer een beetje in. Niet tot het punt waar ik vorig jaar zat trouwens, want dat was nog honderd keer dieper, maar gewoon wat minder. Ik was opeens zo verdomde moe van alles. Ik werd moe wakker, ging moe naar werk, kwam moe thuis, viel moe in bed en herhaalde het hele patroon elke dag. Helaas is dat nog steeds het geval. Ik krijg genoeg slaap, maar het lijkt gewoon niet meer te werken. En als je moe bent is het moeilijker om uit bed te komen, moeilijker om gezond te leven en moeilijker om vrolijk te zijn. Misschien komt het door de kortere dagen en de kou, maar misschien zit er ook wel meer achter. Ik weet het niet precies. Wat ik wel weet is dat de afgelopen week mijn humeur nog extra diep de grond in heeft getrapt.

Het begon afgelopen donderdag, toen ik weer eens door mijn vier wekkers heen sliep en tien minuten voor ik in de auto moest zitten wakker werd. In grote haast moest ik mijn ochtendroutine doorlopen, om alsnog te laat achter het stuur te belanden. Ik wou niet wéér te laat op mijn werk komen, vooral niet die dag, en ik besloot voor deze ene keer het gas wat dieper in te trappen. Nou zal ik echt niet doen alsof ik altijd braaf rijd, maar als ik in mijn suffe diesel naar werk zit wel. Dan hou ik me netjes aan de snelheid, want dat is zuinig en vaak net zo snel. Het scheuren bewaar ik voor het weekend in de MX-5. Maar die dag besloot ik eventjes door te rijden en een groepje auto’s in te halen. Er was ruimte, maar niet héél veel, dus het gas moest er even op. 110, 120, 130 en toen bijna 140 in een 100-zone. Volgens de moraalridders vast schandalig, maar het was gewoon de veiligste manier om even in te halen. Ik was moe en een beetje gefrustreerd in vooral mezelf, wat me gehaast maakte. Het idee was om daarna gewoon weer braaf 100 tot 110 te gaan rijden, maar als ik de hele weg achter die 70-rijdende vrachtwagen moest plakken was ik nu nog onderweg.

Maar waarom ben ik mijn saaie inhaalpogingen aan het omschrijven, vraag je je vast af. Nou, dat zal ik je vertellen. In die 200 meter waarin ik besloot in te halen, die tien seconden. Dat hele kleine stukje van de 70km lange route die ik nu al tien maanden vijf keer per week rijd en uit mijn hoofd ken. Dat hele kleine klotestukje. Net daar moest een wit busje langs de kant staan. “Misschien heeft ie pech”, vertel je jezelf hoopvol, maar hij heeft geen pech. Dat weet je best. Daar hangt een politiehesje om de stoel. En pas als je er met 135km/u naast rijdt, besluit die oh-zo-handige flitsmelding op je telefoon nog eens af te gaan, als het al te laat is. Dus net die ene dag, net dat ene stukje, net die ene minuut dat ik eventjes het gas intrap, moet er net een flitser staan. Het voelt nog steeds als een onwerkelijke hoeveelheid pech, maar ik heb het me niet verbeeld.

Met een beetje pech ligt er straks een boete van 400 euro op mijn mat, net nu ik eindelijk een beetje uit de financiële put begon te klimmen waar ik al een tijd in zat. En dat beetje pech heb ik vast en zeker. Vandaag, twee dagen verder en met een stevige deuk in mijn humeur, ging alles ook heerlijk. Laat me de situatie even schetsen. Ik heb een broek van de Lidl. Ik weet het, superinteressant! Maar blijf nog eventjes, die broek gaat later van belang worden. In die broek van de Lidl zitten een paar broekzakken, die stuk voor stuk totaal waardeloos zijn. De twee bovenste zakken zijn ongeveer zo diep als de geest van Gerard Joling, wat betekent dat je er misschien net een paperclip in kwijt kunt. Een telefoon valt er vrolijk uit zodra je een poging tot bewegen doet. Dus mijn telefoon moet in een andere zak, waar hij nét in past. Het nadeel daarvan is dat de broekzak zo strak is dat hij knoppen op mijn telefoon indrukt. Tot nu toe was dat geen enorm probleem. Heel soms was mijn telefoon opeens uit of gereset, maar daar kon ik mee leven. Zo vaak draag ik deze broek toch niet.

Vandaag had ik echter weinig keuze. Omdat ik een luie lul ben, zaten bijna al mijn broeken in de was en was ik genoodzaakt de Lidl-broek uit de hel aan te doen. De ochtend en middag besteedde ik aan een poging om de remblokjes van mijn auto te vervangen. Een klusje wat makkelijk zou moeten zijn, eindigde zoals elke enkele keer in een drama toen één van de bouten zo vast zat dat hij in no-time rond was. Dat betekent dat ik binnenkort voor de zoveelste keer in mijn leven naar de garage mag met een klus die makkelijk zelf te doen moet zijn, alleen omdat alles vastgeroest zit en niet loskomt. Mild gefrustreerd na de zoveelste tegenvaller die week, ging ik op pad naar het vliegveld om iemand af te zetten. Rijden rond Amsterdam is niet mijn favoriete bezigheid, maar het viel vandaag mee met de drukte. Na het afzetten besloten we wat te eten bij de Burger King op Schiphol, waar mij nog een fijne verrassing stond te wachten.

Ik pakte mijn telefoon erbij, omdat dat is wat sociale jongeren tegenwoordig doen tijdens het eten, en werd begroet door een scherm vol Chinese tekens. Mijn wantrouwen was instant gewekt, en ik wist eigenlijk al precies wat er gebeurd was. De Lidl broek… Na een snelle reset wist ik het Chinese spul weg te krijgen en startte mijn telefoon opnieuw op naar een Engels menu, wat me verwelkomde op de telefoon die ik al anderhalf jaar heb. Uh, bedankt. Al mijn instellingen waren gewist, en ik mocht niet meer inloggen op mijn eigen telefoon, ondanks verwoede pogingen. Blijkbaar is het bij mijn OnePlus mogelijk om je complete telefoon een hard reset te geven en al je data te wissen door slechts twee knopjes ingedrukt te houden. En als mijn Lidl broek érgens goed in is, dan is het knopjes ingedrukt houden. Dus nu ben ik al mijn data kwijt, wat op zich niet zo erg is, want ik zet geregeld al mijn foto’s op de computer. Het leuke is dat mijn telefoon pas nadat hij alles heeft weggeflikkerd begint te denken dat de situatie wel wat verdacht is. Dus nu mag ik 24 tot 72 uur niet inloggen of wat dan ook, wat betekent dat ik de lul ben als ik straks langs de kant van de weg sta met autopech. Goh, bedankt OnePlus en Google! Heel erg fijn dat je niet vóórdat je al mijn data en gegevens weggooit even checkt of ik wel echt Alfred ben en niet een dief…
Of een fucking broek.

Ugh. Ik ben moe. En ik zal heus niet doen alsof mijn leven zwaar is ofzo, want er zijn genoeg mensen met duizend keer ergere problemen. Ik bedoel, ik klaag hier wel over de remmen van mijn derde auto en over mijn telefoon van €400. Laten we niet doen alsof ik écht zielig ben. Maar goed, referentiekaders enzo. Het voelt momenteel even alsof alles fout gaat, terwijl ik gewoon oprecht mijn best doe om wat van mijn leven te maken. Maar morgenochtend gaat het wel weer beter. Ik wou gewoon even deze frustratie van me af schrijven, en besloot het dan maar hier te doen. Omdat ik mezelf heb voorgenomen vaker te bloggen, en omdat het mooi is om dit ooit terug te lezen over vele vele jaren, als ik hier allemaal om kan lachen. Nu heb ik daar een klein beetje moeite mee. Welterusten.

The Grand Tour is niet nieuw genoeg

Een half jaar geleden schreef ik een blog genaamd “Het nieuwe Top Gear is niet nieuw genoeg“. Daarin bekritiseerde ik het nieuwe BBC Top Gear, met Chris Evans en Matt Leblanc, omdat het teveel op het oude Top Gear met Clarkson, Hammond en May probeerde te lijken. Zelf had ik gehoopt dat ze op zijn minst een heel klein beetje vernieuwing zouden invoeren. Maar er was nog hoop! BBC Top Gear was de tegenvaller die eigenlijk iedereen had verwacht, maar het legendarische oude Top Gear trio was met een oneindige zak geld van Amazon aan de slag gegaan om hun eigen programma te maken. Een programma zonder een brave Engelse omroep die in hun nek stond te hijgen. Een programma op het internet, zonder de limieten van televisie. Een programma waarin ze alles konden doen wat ze maar wouden! Dit kon het magnum opus van Clarkson, Hammond en May worden.

Maar dat werd het niet. Ik heb nu de eerste drie afleveringen van The Grand Tour, zoals het programma heet, gekeken. De spijtige conclusie is dat er niks veranderd is. Sterker nog, het lijkt erop dat The Grand Tour de slechte punten van Top Gear hevig heeft versterkt, en de goede op de achtergrond heeft gedrukt. In de latere seizoenen van Top Gear begon het steeds meer duidelijk te worden dat de humor gescript was, en werd het programma daar continu schaamtelozer in. Het begon steeds meer op sketches te lijken en minder op reality TV. The Grand Tour legt dit er zo dik bovenop dat het ronduit pijnlijk is geworden. Ik snap best dat je een beetje met de realiteit moet spelen om leuke televisie te creëren, maar dit is gewoon belachelijk. De tweede aflevering van The Grand Tour, die trouwens nauwelijks auto’s bevat, is gewoon één groot toneelstukje. En als ik naar een toneelstukje ga kijken, kijk ik liever niet naar drie middelbare kerels. Die middelbare kerels wil ik achter het stuur zien.

Pas bij de derde aflevering ging de serie zijn naam een beetje eer aan doen. “The Grand Tour” wekte de illusie dat het programma meer gefocust zou zijn op het rondreizen van de wereld. Helaas bleek dat eigenlijk alleen te wijzen op het feit dat de tent van waaruit het programma elke week gepresenteerd wordt over de wereld reist. Verder hebben we nog steeds een zooi losstaande items. In de tweede aflevering, waar de tent in Johannesburg stond, werd dat een heel klein beetje benut. Een heel klein item van een paar minuten ging in op de autocultuur van Zuid-Afrika, en dat was machtig interessant. Helaas was het veel te snel voorbij en ging men weer door met hun pijnlijk ingestudeerde toneelstukje. Maar zelfs in de derde aflevering, waarin het trio eindelijk op roadtrip gaat in Italië, voelt alles een beetje verkeerd. De hele grap van Hammond die in een luide Challenger Hellcat meerijdt tussen de beschaafde GT-auto’s is voorspelbaar en héél even grappig, maar het wordt weer zo pijnlijk uitgeperst tot de laatste druppel. Het item eindigt opeens terwijl het nog helemaal niet af voelt, en dan springt men weer naar het volgende.

Het hele programma voelt onprettig chaotisch, en er wordt eigenlijk veel te weinig aandacht aan de auto’s besteed. De tests op het nieuwe circuit zijn redelijk, maar de vervanger van de Stig is ook weer een voorbeeld van hoe het programma de plank volledig misslaat. Een dikke Amerikaanse redneck die grappen maakt over NASCAR is al miljoenen keren gedaan, en was na twee minuten wel leuk geweest. Alles voelt gewoon als een wanhopige poging om het succes van Top Gear te herhalen, terwijl dit juist de uitgesproken kans was om die hoognodige veranderingen door te voeren. The Grand Tour als naam wekt verwachtingen. Waarom is het niet een programma geworden waarin het trio elke week in een drietal bijpassende auto’s door een bepaald land rijdt en de lokale autocultuur in beeld brengt? Een rijtest op hét circuit van het land in kwestie (Zandvoort voor ons kikkerlandje, de Nürburgring voor Duitsland, Spa voor Frankrijk etc.), eventueel door een bekende coureur uit dat land, zou veel interessanter zijn geweest. Er had aardig berust kunnen worden op natuurlijk voortvloeiende humor die bij een roadtrip ontstaat, en niet op pijnlijk gescripte grappen. Het had een prachtige kijk kunnen worden op de autocultuur over de hele wereld. Sommige landen, zoals Japan, zijn misschien wel een heel seizoen waard, andere één aflevering.

Wat we nu hebben is Top Gear 0.75. Het is niet eens een betere versie van zichzelf geworden, het is erop achteruit gegaan, en dat is zo verdomde jammer. De vrijheid en het geld dat Amazon heeft ingebracht zijn totaal niet benut. Het is in mijn ogen jammer dat Clarkson, Hammond en May blijkbaar zelf nog steeds niet zat zijn van continu hetzelfde doen, keer op keer. Okay, ik zou misschien ook niet snel zat worden van dik betaald rondrijden in supercars, maar ze hadden de kans om dat te doen, en nog veel meer! Maar ze zijn een beetje vastgeroest in hun rollen, en nu ze de vrijheid hebben om daaruit te stappen, lijken ze niet meer helemaal te weten hoe dat moet. Ik zou zeggen, Netflix, of wie dan ook, stap hier op in. Het is tijd voor een vernieuwend autoprogramma wat de magie van de oude Top Gear weet te vangen, maar dan met de vernieuwing die het nodig heeft. Het vinden van de juiste presentatoren gaat het moeilijkste worden, dat heeft BBC Top Gear 2.0 wel bewezen, maar met de huidige staat van het oude Top Gear trio is het helaas niet meer heel moeilijk om te overtreffen. Ik bied mezelf alvast aan, in ieder geval.

Ik heb nog hoop dat Clarkson, Hammond en May vooral een beetje moeten wennen aan hun nieuwe mate van vrijheid, en dat het misschien allemaal nog wel wat bijtrekt. Maar er is helaas ook een redelijk grote kans dat dit het gewoon is. Ze zeggen dat ze er over vijf jaar klaar mee zijn, en ik zie ze er eigenlijk wel voor aan om gewoon vijf jaar lang deze rollen te blijven spelen tot ze met pensioen gaan. Dat zou jammer zijn, want ik weet niet of ik in dat geval nog vijf jaar naar hun programma wil blijven kijken.