Toekomstangst

Niet zo heel lang geleden was ik op vakantie, toen ik ‘s avonds in het hotel mijn wifi aanzette en een email ontving. Ik had een nieuwe reactie op mijn blog. Nou zijn reacties op mijn blog best wel zeldzaam, en ik had toen al een tijdje niks meer geschreven. “Hoe is het nu met je?”, luidde de vraag. En vandaag is het tijd om die vraag maar eens totaal onduidelijk te gaan beantwoorden. Want ik heb zelf eigenlijk ook geen idee. Dat is raar. Een mens weet over het algemeen best of het wel of niet goed met hem gaat. En dan bedoel ik niet het antwoord wat je geeft als willekeurige mensen “Hoe is het?” vragen, want dan is het altijd “goed”. Dat zijn sociale conventies, en ik haat sociale conventies. Ik heb het over die zeldzame keren dat iemand oprecht vraagt “Hoe is het?”, en je eindelijk een keer niet het toneelstukje hoeft op te voeren.

Dat klinkt allemaal negatief, maar het is niet negatief. Ik zit momenteel namelijk best lekker in mijn vel. Ik ben nu na een maand of acht nog steeds tevreden met mijn baantje, en ik vind het nog steeds prettig om mijn eigen geld te verdienen. Vaak ben ik met reistijd wel 50 uur per week van huis, wat me met weinig vrije tijd overlaat. Dat kan vermoeiend zijn, maar ik trek me er beter doorheen dan ik verwacht had. Het voelt goed om iets te doen, zelfs al is het misschien niet altijd het meest nobele werk ter wereld. Buiten mijn werk om heb ik genoeg te doen, en ik heb eindelijk een beetje het idee dat ik een ‘vol’ leven heb. “Een vol leven” is, grappig genoeg, een beetje een lege uitspraak. Maar wat ik bedoel is dat ik, in tegenstelling tot voorgaande jaren, eindelijk een beetje het gevoel heb dat ik wat meer uit mijn leven haal. Mijn vrije tijd heeft weer waarde gekregen omdat het schaarser is geworden, en daardoor geniet ik meer van de momenten die ik kan besteden aan mijn hobby’s. Ik geniet nog altijd enorm van mijn auto’s, en tot mijn groot genoegen begin ik eindelijk ook weer de zin voor het schrijven terug te krijgen. Al van kinds af aan genoot ik van schrijven, maar ik heb altijd last gehad van grote writer’s blocks in mijn mindere periodes. Momenteel schrijf ik weer regelmatiger blogs, maar ook zo nu en dan wat fictie (die ik voorlopig nog even niet met de wereld ga delen).

Dus je zou gewoon zeggen dat het goed gaat, toch? Ja. Een normaal persoon zou dat waarschijnlijk zeggen, maar ik heb wel eens mijn twijfels of ik me daaronder mag rekenen. Als ik op een maandagmorgen in mijn donkerblauwe diesel Volvo (ik heb sinds kort een donkerblauwe diesel Volvo) over de weg naar werk tuf tussen alle donkerblauwe diesel Volvo’s, voel ik me wel eens normaal. En ik zal eerlijk toegeven dat dat best fijn is. Het is één van de redenen dat ik blij ben met mijn baantje. Het hebben van een (redelijk) full-time baan is een fantastische manier om je tussen de normale mensen te scharen. Je kunt eindelijk een antwoord geven op de vraag “wat doe jij nou eigenlijk?” die mensen zo graag stellen. Maar aan de andere kant maakt het me bang. Want het is niet wat ik wil.

Wat wil ik dan? Daar ligt het probleem een beetje. Ik ben op dat gebied nog net een klein kind. Ik weet totaal niet wat ik wil, ben hevig impulsief en mijn toekomstplannen kunnen binnen een dag wel vijf keer wijzigen. Ik denk zelfs dat ik als kind duidelijkere dromen en plannen had dan nu. Het enige wat ik heb is een duidelijk beeld van wat ik niet wil. Wat ik niet wil is op mijn 40e nog steeds elke dag in een donkerblauwe diesel Volvo naar een baan rijden die me geen voldoening geeft of erger nog: waar ik elke enkele dag tegenop zie. Ik wil geen leven waar ik een heel jaar werk voor een week vakantie, of waar ik mijn geld moet tellen voor ik boodschappen bij de Aldi kan doen. De domme conclusie is dat ik niet ongelukkig wil zijn… En het nog dommere gevolg daarvan is dat ik best vaak ongelukkig ben.

Maar wat doe je in zo’n situatie? Mijn streven naar een nog onbekende versie van geluk, zorgt ervoor dat ik moeite heb met geluk vinden in mijn huidige situatie. Verwacht ik te veel van het leven? Word ik zo iemand die zijn hele leven op zoek blijft naar iets wat hij nooit gaat vinden? Iemand die op zijn sterfbed alleen maar spijt heeft van alles? Dit zijn de dingen die me bezighouden als ik ‘s nachts in bed lig of als ik overdag achter mijn bureau zit op werk. Zo veel mensen lijken al deze dilemma’s simpelweg niet te hebben. Ze zijn gewoon blij met hun studentenleventje, krijgen daarna een baantje en leven nog lang en gelukkig. Ondertussen zit ik hier op vierentwintigjarige leeftijd. Ik ben sociaal geïsoleerd, heb geen enkele vorm van een nuttige opleiding op mijn naam, mijn zelfvertrouwen is zo laag dat het momenteel ergens rond de aardkern zou moeten liggen en het leukste; ik heb geen enkel idee wat ik nou eigenlijk met mijn leven wil.

Alles wat ik weet is dat ik een rusteloos gevoel heb dat ik meer uit het leven wil halen voor ik dood ben. Al vele, vele jaren ben ik op zoek naar dat ‘meer’, maar mijn eigen angsten en grenzen houden me veel te erg tegen, wat er alleen maar in resulteert dat ik ongelukkig zit te dromen. Ik wil reizen en de wereld zien, maar ben te bang om in mijn eentje de grens over te gaan. Ik wil nieuwe mensen leren kennen en mijn sociale grenzen verleggen, maar mijn sociale angst is verlammend aanwezig. Ik wil mijn eigen bedrijf opzetten en zo mijn geld verdienen, maar mijn angst voor falen is sterker aanwezig dan mijn vertrouwen in succes. Ik wil schrijven en zowel mijn fantasie als mijn observaties over de wereld delen, maar mijn constante zelfkritiek zorgt ervoor dat minstens driekwart van wat ik neerschrijf weer wordt weggegooid.

Dus… Eigenlijk gaat het niet heel goed met me. Ik zit in een periode van mijn leven waarin ik echt een keer keuzes moet gaan maken over wat ik wil gaan doen en hoe ik het wil doen, maar het enige wat ik doe is een beetje verlamd in mijn huidige situatie blijven hangen, te bang om uit mijn comfort zone te komen. Ik heb niet het lef om mijn dromen na te jagen, maar ben ook doodsbang voor de resultaten als ik dat niet doe. Dus ondanks dat ik een leuke baan heb en dat ik me in vergelijking met mijn écht depressieve periodes echt wel heel goed voel,  is er mentaal nog steeds genoeg mis en moet ik daar eigenlijk hulp bij gaan zoeken. Het probleem is dat veel vormen van hulp het type is wat me gaat vertellen dat ik mijn rare dromen moet laten varen en gewoon moet doen zoals alle mensen van mijn leeftijd. Maar dat is niet wat ik wil. Ik wil mijn angsten en grenzen overwinnen zodat ik eindelijk wat meer uit mijn leven kan halen. Zoveel jaren heb ik verspild, en ik wil ze inhalen. Ik wil mezelf niet verbeteren zodat ik daarna een saaie zakenman kan worden die in een donkerblauwe diesel Volvo naar een kantoorbaan rijdt… Dan ga ik liever gewoon nu dood. Ik wil mezelf verbeteren zodat ik over vijf, of tien, of vijftien jaar kan gaan inhalen wat ik in het eerste hoofdstuk van mijn leven heb gemist. Want dat is zo veel.

Ik weet dat dit weer een grote déjà vu is en dat ik alles wat ik hier roep al honderd keer eerder in iets andere woorden heb gezegd. Ik begin me zelf ook te realiseren dat de kans groot is dat ik op mijn vijftigste nog steeds dit soort blogs schrijf en nog altijd niet gevonden heb wat ik nou eigenlijk zoek. Ook dat maakt me bang. Fucking alles maakt me bang. Gelukkig heb ik hoop, en heb ik plannen. Kleine plannen en grote plannen om mezelf langzaam met kleine stapjes te verbeteren. Ik heb in de laatste maanden al aardige verbeteringen doorgaan met betrekking tot mijn zelfvertrouwen en denkwijze, en dat wekt zeker goede hoop. Maar er zijn nog lange, grote stappen te gaan. Of en hoe ik daar professionele hulp bij wil inschakelen weet ik nog niet, gezien mijn matige ervaringen daarmee. Ik hoop dat ik mezelf over de komende paar jaar op een punt kan krijgen waar mijn angsten niet meer verlammend zijn en ik eindelijk het lef heb om de dingen te doen die ik diep van binnen zo graag wil doen. Over de komende weken zal ik in enkele blogs mijn plannen uitwerken voor de geïnteresseerden.

Maar de vraag was: “hoe is het nu met je?”. Als ik één woord moest kiezen, dan ging ik denk ik voor één van de mooiere uit onze taal: “raar”. Alles is een beetje raar. Ik zit in een redelijk goede situatie, maar met een redelijk uitzichtloze toekomst, wat voor een vreemde mix van stemmingen en gevoelens zorgt. Maar het mooie is dat die goede huidige situatie het perfecte moment is om die uitzichtloze toekomst aan te gaan pakken. Dus dat gaan we doen! Alweer! Maar dit keer gaat het lukken. Toch?

 

But I’m trying every morning that I wake to stand up straight
And to always tell the truth and give back more than I take
And to be kind and pure, less fucking scared of everything
I just can’t take much more of this, I’m sure

~ The Airborne Toxic Event

Waarom ik soms maanden niet naar mijn favoriete band luister

Zojuist heb ik een nét iets te hoge hoeveelheid geld afgetikt voor een biografisch boek over een rockbandje waar ik soms maandenlang niet naar luister, maar die ik nog altijd zonder aarzeling opgeef als mijn favoriete band. Het is iets wat ik zelf soms ook niet helemaal snap, maar mijn relatie met ‘The Airborne Toxic Event’ is een vreemde. Veel mensen die zichzelf hechten aan een bepaald fandom, doen dat op obsessieve wijze. Zo heb ik nooit gewerkt. Ik ben niet het type wat zijn favoriete film elke week kijkt, omdat ik hem dan ga haten. Het liefst wacht ik een paar jaar, zodat ik de kleine details weer vergeten ben en op zijn minst nog een héél klein beetje dat gevoel kan evenaren van die eerste kijkervaring.

Hetzelfde gevoel heb ik bij mijn band der bands. De imperfecte, glorieuze klanken van The Airborne Toxic Event; een bandje wat bijna niemand in Nederland kent maar wat in Amerika enorme zalen uitverkoopt. Het is een band die ik onderhand vier keer live heb gezien, wat best veel is als je bedenkt dat ze bijna nooit naar Nederland komen. En elke enkele keer was het magisch. Ik kan nooit helemaal uitleggen wat TATE, zoals iedereen ze noemt omdat ze een idioot lange naam hebben, nou exact zo bijzonder voor me maakt. Wel een beetje, maar niet helemaal. Het is een gevoel, en gevoelens zijn lastig in woorden om te zetten. Zelfs voor iemand als ik, die zichzelf daar meestal redelijk mee weet te redden. Gevoel is voor mij misschien wel het belangrijkste wat er is bij muziek. Ik zal nooit vergeten dat iemand TATE ooit aan het afkraken was omdat de rijmschema’s niet klopten. Ik vond het tegelijk fascinerend en verontrustend. Rijmschema’s? Zijn er echt mensen die zich daarmee bezighouden als ze hun muziek opzetten? Nee, rijmschema’s staan vrij laag op mijn prioriteitenlijst als ik een muziekje opzet, net onder “zit het haar van degene die het boekje wat bij de CD zit, die ene die niemand ooit leest, wel goed?”. Het gevoel is alles. Muziek kan technisch totaal dramatisch in elkaar zitten en je alsnog een bijzonder gevoel geven. Bij TATE komt dat gevoel voort uit een liefde voor imperfectie en een liefde voor passie. “Een liefde voor passie” is ergens wel een grappige zin, gezien passie ongeveer een synoniem is voor “liefde voor”. Maar passie is essentieel in muziek.

Laat me deze blog even extra chaotisch maken door opeens te verspringen naar Pinkpop 201…. Uh… 2011, geloof ik. Samen met een flink veld vol mensen, stond ik te wachten tot Coldplay ging optreden. Niet mijn favoriete band. Niet eens in mijn top 10, maar alsnog een band die ik op zijn tijd best prima weet te waarderen, en die zeker een paar fijne nummers heeft. Geruchten gingen dat het het duurste Pinkpop optreden ooit was. En daar waren ze dan; een kwartier te laat. Verveeld sjokten ze wat over het podium en persten ze er met tegenzin de bekende liedjes uit die ze die avond miljoenen gingen opleveren, om daarna te vroeg weer van het podium te verdwijnen. Het was duidelijk meer werk dan hobby, en dat straalde er aan alle kanten vanaf. Ik was beledigd. Geloof het of niet, er zijn een paar Coldplay nummers die me, samen met vele andere muziek, door zware tijden heen hebben geholpen. Ik was beledigd dat degenen die deze bijzondere muziek gemaakt hadden, er zelf geen zin meer in leken te hebben. Ik verwachtte meer. Meer emotie, meer leven… Meer passie! Passie hoor je terug, zie je terug en voel je terug.

Het is wat het debuutalbum van The Airborne Toxic Event, toepasselijk genaamd ‘The Airborne Toxic Event’, zo bijzonder maakt voor me. Muzikaal is het rauw en imperfect, maar je hoort in elk enkele nummer terug dat het met liefde gemaakt is. De emoties in de muziek zijn echt, en dat hoor je in de stem, de instrumenten en de teksten. Als ik de rest van mijn leven nog maar één album mocht luisteren, dan hoefde ik geen seconde te twijfelen. TATE’s debuutalbum heeft alles wat ik zoek in muziek. Het is emotioneel zonder zwijmelig te worden. Het is oprecht. Het is net hard genoeg, en net soft genoeg. De teksten zijn eerlijk en mooi zonder overdreven te worden. Zelfs de cover is mooi. Maar dat verklaart allemaal nog steeds niet waarom ik dit prachtige, in mijn ogen beste album soms maanden niet opzet.

Het is een combinatie van dingen. Ten eerste hebben we die film waar ik het in het begin over had, wat trouwens ook geldt voor boeken, videogames of wat dan ook. Het is een gevoel wat ik regelmatig heb. Soms raakt een film, boek of game je op zo’n manier, dat je dat vreselijke gevoel krijgt dat je het nooit meer voor de eerste keer kunt ervaren. Nooit meer dat kippenvel van die eerste keer die éne scene, dat éne couplet of die éne quote. Het enige wat je kunt doen is zo lang wachten als je maar kunt, en dan toch dat gevoel voor een fractie weer opgraven. Een paar weken geleden reed ik op vakantie in mijn geliefde auto door Duitsland. Het was nacht en er hing een verblindend mooie sterrenhemel boven me. Er was niemand op de weg behalve mijn vrienden in hun eigen auto’s, en ik besloot om TATE op te zetten. Het was toen al maanden geleden dat ik de band actief had geluisterd (dus niet een willekeurig nummer wat op shuffle langskomt), en ik beleefde even die magie opnieuw. Dat moment dat ik op mijn slaapkamertje zat, acht jaar geleden, en de band voor het eerst ontdekte dankzij mijn toenmalige vriendin. Ik raakte opnieuw geëmotioneerd door de pracht van deze muziek, wat alleen maar versterkt werd door verdere perfectie van het moment. Dat lukt gewoon niet als je een nummer elke dag draait.

Daarnaast is er nog een belangrijke reden. Voor mij is er een groot verschil tussen lege muziek en muziek met emotionele inhoud. Ik ben een groot fan van allebei. Bij lege muziek kun je denken aan drum&bass, dance, pop. Alles wat je kunt luisteren zonder enige vorm van emotie te voelen. Het is fijn voor je oren en het kan je stemming wel beïnvloeden, maar de muziek zelf is emotieloos. Vaak is dat heerlijk. Als ik op weg ben naar mijn werk vind ik weinig fijner dan wat lege dance, drum&bass of popmuziek knallen in de auto. Dat zijn helemaal geen momenten dat je dingen wil voelen, laat staan emoties. Maar er zijn momenten dat ik dergelijke muziek niet kan uitstaan. Het zijn de momenten zoals die nacht in die auto, met de sterren boven je en geen zorgen aan je hoofd. Dat zijn de momenten dat ik iets wil horen wat me kan laten voelen. Muziek met emotie, muziek met passie en muziek met herinneringen. Vele nummers van deze band zijn voor mij voor eeuwig verbonden aan herinneringen; zowel mooie als slechte. Het is niet iets wat ik zomaar wil opzetten als ik op een feestje of op mijn werk zit. Één ding is zeker; die nacht was niet half zo mooi geweest als ik Justin Bieber had opgezet. Nee, het was TATE wat een mooie nacht naar een onvergetelijke nacht omzette.

Die magie wordt mede mogelijk gemaakt door de onthouding. Soms moet je iets een tijdje laten staan om er weer écht van te kunnen genieten. Dat kan moeilijk zijn, maar het is het altijd waard. Fandom moet geen obsessie zijn, waarin je iets zo lang ontleed tot je er niet meer van kunt genieten. Het gaat er niet om dat je de meeste feitjes kunt citeren. Voor mij gaat het erom om dat bijzondere gevoel waardoor je in eerste instantie fan werd, over en over opnieuw te beleven. En daarmee sluit ik graag mijn zoveelste liefdesbrief aan The Airborne Toxic Event af.  TATE, kom alsjeblieft snel terug.

I think maybe it was Radiohead
It had this weird little beat and a keyboard instead of
Guitar playing chords, I remember how bored
You would get with those bands
You always said they play the same three chords

And you’d dance all around in your t-shirt and sing
Don’t you love Modest Mouse and adore Promise Ring?
Don’t you wish that you could just avoid everything?
Join a band, go on tour, and think of me when you sing?