Het gaat niet uitzonderlijk goed met me momenteel. En als het niet uitzonderlijk goed met me gaat, dan ga ik schrijven. Ergens is dat best jammer, want schrijven hoort juist iets te zijn wat ik ook moet doen als het een keer wél goed gaat. Maar het is momenteel niet anders. De depressie wakkert weer aan, en de schrijflust wakkert mee. Zeer binnenkort zal ik mijn blog dan ook nieuw leven inblazen met spannende vertellingen uit mijn deprimerende leven. Met een vleugje hoop. Dat wel. Tot die tijd laat ik je even achter met de prachtig gebrachte pijnlijke waarheden van de heer Shane Koyczan; één van mijn favoriete personen op deze aardbol en een ware woordkunstenaar.

I fell into a deep depression. Sick with worry, wondering what kinda life I’ll have if I wait too long. They made it sound like if I didn’t hurry up and plot my trajectory, then all the good lifes would be taken and all I’d have left to choose from were the scraps.

What I learned about depression is this: If you keep your eye on depression, and back away… Spacing yourself farther and farther but all the while watching depression shrink in the growing distance. When that tiny speck of sadness vanishes from sight completely, it’s as if at that precise moment your periphery will catch two hands reaching up from behind you to cover your eyes and you will hear a small voice whisper…

“Guess who?”