Woorden

Woorden zijn best wel rare dingen. Dat klinkt misschien als een hele vreemde, of juist een hele logische, uitspraak voor iemand die zichzelf soms wel eens (al dan niet onterecht) als hobbyschrijver bestempelt. Maar toch is dat mijn ongezouten mening. Woorden zijn rare dingen. En ik haat ze. Maar ik hou ook immens veel van  ze. Het is de ultieme haat-liefdeverhouding.

Waar ik nu mee bezig ben, het uitschrijven van mijn gevoelens in een blog, is echt één van mijn favoriete bezigheden. Het voelt natuurlijk voor mij, alsof het bijna vanzelf gaat. Als die eerste zin eenmaal geschreven is, in ieder geval. Dat blijft altijd een kreng. Maar daarna geniet ik. Het is een methode om mijn zorgen weg te schrijven, alsof ze minder erg worden als ze op virtueel papier staan. Alsof er iemand luistert. Alsof ik zelf een keer naar mezelf luister! Ik heb geen moeite met het verwoorden van dingen. Dat gaat allemaal zo goed als vanzelf, op af en toe zo’n raar moment na waarop een doodnormaal woord er opeens heel raar uitziet en ik vijf minuten verspil aan googlen of het echt wel klopt. Maar dat komt niet zo vaak voor. Verder zie ik schrijven als een ontspannende, fijne manier om mij ook nog een beetje creatief te uiten. Het is een uitlaatklep, een hobby en iets waar ik best mijn beroep van zou kunnen en willen maken. Laten we simpelweg stellen dat ik hou van schrijven.

Maar waar is de haat dan in die verhouding? Nou… Die zit hem in die andere manier waarop je woorden kunt gebruiken. Je kunt ze schrijven, maar de mens beschikt ook over de geweldige mogelijkheid om ze uit te spreken via een ingewikkeld systeem van stembanden enzo. Best handig, als je er mee om weet te gaan. Gek genoeg is dat dan weer iets wat ik na bijna 22 jaar nog steeds niet volledig onder de knie heb. Zodra ik overstap van het geschreven naar het gesproken woord, begint de paniek toe te slaan. Waar op papier alles vloeiend en natuurlijk voelt, heb ik altijd heel veel moeite met mijn gedachten omzetten in spraak. En dat vind ik best raar. Want is het in de basis niet gewoon hetzelfde, met als enige verschil dat de woorden nu uit mijn vingers komen in plaats van uit mijn mond?

Nou, blijkbaar niet. Waar zit dat verschil nou precies? Waarom kan ik niet net zo praten als ik schrijf? Één ding is zeker, het zou mijn leven een stuk makkelijker maken, en het is dan ook zeker iets waar ik werk van wil maken in het kader van mijn levensbetering. In mijn basisschooltijd was ik best spraakzaam en praatte ik er lustig op los. Ik geloof dat de angst, zoals ik het maar even noem, is ontstaan tijdens mijn middelbare schooltijd. Ik voelde me daar helemaal niet thuis, verloor bijna al mijn zelfvertrouwen en begon me steeds meer op de achtergrond te houden. Ik zei zo weinig mogelijk, en was me altijd véél te bewust van wat ik zei, waardoor het juist fout ging. In die situatie zit ik nog steeds. Ik maak me zoveel zorgen over het praten dat ik er zo snel mogelijk vanaf wil zijn, en mijn woorden er in een chaotische waterval vol ingeslikte lettergrepen, gemompel en stotteren uit gooi.

Dit doet zich voornamelijk voor bij mensen die ik niet zo goed ken, of waarbij ik zenuwachtig ben (denk aan sollicitatiegesprekken, belangrijke gesprekken op werk of school of bij leuke meisjes), maar komt ook nog vaak genoeg voor bij mensen die ik al 10 jaar ken. Het is helemaal niet erg om stil te staan bij wat je zegt, maar ik heb het tot in het extreme doorgevoerd en denk zo lang na over wat ik wil zeggen, dat het al te laat is als ik het eenmaal bepaald heb. En dat is het mooie aan schrijven; er is geen tijdslimiet. Je kunt rustig nadenken over je woordkeuze. Dat doe ik meestal niet, want een blog als deze tik ik bijna aan één stuk door zonder na te denken, maar het gaat erom dat het kán, en dat daardoor de stress verdwenen is. Maar helaas kun je niet alles schrijven, en moet er heel vaak toch gesproken worden. En één van mijn doelen is toch wel om dat wat makkelijker te kunnen doen. Er is altijd een boel wat ik wil zeggen, maar slechts een procent of tien daarvan komt er ook daadwerkelijk uit. En dat is heel lastig, want het maakt allerlei situaties onnodig ongemakkelijk. Zo maak ik me soms al heel lang van tevoren zorgen over wat ik (niet) ga zeggen in een aankomende situatie. Ik probeer me voor te bereiden, wat het eigenlijk alleen maar erger maakt omdat je er constant aan zit te denken en me daardoor alleen maar meer zorgen ga maken.

Praten zou iets moeten zijn wat relatief simpel en natuurlijk gaat. Zoals schrijven voor mij dus. Er moet wel enige filtering zitten tussen je gedachten en je stembanden, maar ook niet té veel. En dat zou ik graag bereiken. Ik denk dat de oorzaak, wederom, ligt in het wegnemen van mijn negatieve zelfbeeld en daarmee mijn constante doemdenken. Ik heb te vaak het idee dat het zeggen van het verkeerde ervoor kan zorgen dat iemand me vreselijk gaat haten. In de realiteit is dat zelden tot nooit het geval. Zo vind ik het heel moeilijk om iemand die het moeilijk heeft verbale steun te bieden, terwijl ik dat vaak héél graag wil. Het is een rare angst voor afwijzing ofzo. Bang dat iemand mijn hulp niet wil. Maar zelfs al is dat zo; wat dan nog? Het is toch goed bedoeld, en dat moeten ze maar waarderen. En ik ook. Waardeer jezelf, verdomme!

Dus dit is één van de dingen waar ik sinds een aantal maanden extra op let. Ik probeer minder te letten op wat ik zeg, en ook langzamer te praten, wat heel lastig gaat als je je huidige tempo al zo’n 10 jaar gebruikt. Maar het gaat wel lukken, vroeg of laat. En dan ben ik weer een stapje dichterbij een fijn leven. Want ik verlang wel degelijk naar meer sociaal contact. Ik denk dat dit me daarbij erg tegenhoudt. Het zorgt ervoor dat ik zelden een goede eerste indruk maak, en dat ik sollicitatiegesprekken, eerste dates en dergelijke totaal de soep in doe lopen door lange ongemakkelijke stiltes. Ik hoef echt niet zonder zenuwen een presentatie te kunnen geven voor een grote zaal vol mensen, maar het zou leuk zijn als ik zonder zenuwen een simpel gesprekje kon hebben met een onbekende. Dus daar gaan we naartoe werken! Stap voor stap zetten we die haat-liefdeverhouding om in pure liefde voor het woord; geschreven én gesproken. Ik heb er zin in.

Goed nieuws

Beste trouwe lezers! Laat mij beginnen met een welgemeend excuses voor de lange afwezigheid van een blog. Drie hele weken liet ik jullie in stilte na mijn vorige blog. Die viel een beetje in de categorie ‘zoetzuur’, in dat hij deels positief en deels negatief was. Wat is er in die drie weken allemaal gebeurd?

Nou… Niet zo veel. Maar toch ook weer wel. Het lijkt niet zo veel voor een buitenstaander, maar in mijn hoofd is het veranderd. Hoe dat komt? Ik weet het niet 100% zeker, maar ik heb een paar theorieën. Ten eerste zie ik sinds een tijdje om de twee weken een psycholoog. Ik heb nu drie gesprekken gehad en zal woensdag naar de vierde gaan. Het voelt toch wel fijn om met iemand te praten die onpartijdig is. Iemand die opgeleid is om naar mijn problemen te luisteren, hoe stom dat ook klinkt. Het zou niet uit moeten maken, maar dat doet het wel. In het intakegesprek met mijn psycholoog uitte ik de zorg dat ik misschien een autistische stoornis had. Ik vraag me al vele jaren af of dit bij mij nou wel of niet het geval is. Ja, ik ben erg verlegen (héél erg) en heb moeite met veel sociale dingen, maar aan de andere kant heb ik altijd wel veel behoefte aan sociaal contact, heb ik een aardig aantal vrienden en kan ik mij altijd erg goed inleven in andere mensen. Dit twijfel wou ik toch een keer wegnemen, en mijn psycholoog besloot het te onderzoeken via een vragenlijst. Daarvoor is zelfs mijn moeder nog mee geweest om over de jaren van mijn jeugd te praten die ik me zelf niet meer herinner.

Al vrij snel kwam hier uit naar voren dat ik naar alle waarschijnlijkheid geen noemenswaardige vorm van autisme heb. En ik hoop oprecht dat ik hiermee geen mensen op de tenen trap (er is niks mis met autisme), maar dat vond ik toch wel erg fijn om te horen. Ik kan niet echt uitleggen waarom. Het is vooral een gevoel. Het gevoel dat er minder mis met me is dan ik zelf altijd denk. Het gevoel dat ik geen hopeloos geval ben, wat ik mezelf nog wel eens wil vertellen. Het gevoel dat er hoop is. Dat mijn huidige problemen gewoon te maken hebben met dingen die in feite relatief simpel op te lossen zijn. Dat ze niet de rest van mijn leven aanwezig zullen zijn. Dat was toch wel een soort last die van mijn schouders viel.

De laatste weken voel ik me raar. Ik voel me niet meer doodongelukkig, en dat bestempel ik als raar, want dat heb ik het langere deel van een jaar wel bijna non-stop gevoeld. Het is tegelijkertijd heel erg fijn en bijna een beetje eng. Een beetje een vrees voor het ‘oog van de storm’-effect. Maar de kans is natuurlijk veel groter dat ik gewoon echt aan de beterende hand ben. Ik heb sinds het begin van het jaar goede vorderingen gemaakt. Ik ga nu naar de psycholoog, ik ga sinds een aantal weken meerdere keren per week naar de sportschool, ik let meer op wat ik eet en ik besteed (veel) meer tijd met mijn vrienden. Over de laatste weken ben ik zo veel mogelijk de deur uit geweest om leuke dingen te doen. Gewoon stukjes rijden met vrienden, naar concerten, festivals, de sportschool, automeetings, of gewoon een boswandeling. Ik probeer elke dag de deur even uit te komen, wat echt groot effect heeft op mijn stemming.

Dan is er nog de kwestie van werk of studie. Ik hou de vacatures nauwlettend in de gaten, maar er is helaas erg weinig te vinden voor iemand zoals ik. Ik heb wat mailtjes de deur uit gestuurd hier en daar, maar het is tegenwoordig al zeldzaam om überhaupt een reactie te ontvangen, laat staan een positieve. Ik ben 21 en heb geen diploma’s of bruikbare werkervaring. Maar misschien ben ik te kieskeurig en moet ik het vakken vullen nog eens een kans geven. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst, toch? Dan is de vraag of men een 21 jarige vakkenvuller wil, maar daar komen we vanzelf achter.

Maar het zou best kunnen dat ik werkloos zal blijven voorlopig. En dat is op zich helemaal niet zo erg. Want de kans is groot dat ik in september weer aan de studie ga. Ja, dat heb ik eerder gezegd, maar dit keer is het anders. Later dit jaar opent er in Assen, vlakbij het TT circuit, een nieuwe school waar het Drenthe College al zijn autogerelateerde opleidingen gaat geven. Daarbij gaat het om MBO opleidingen in de richting van autotechniek. En ja, ik zou een HBO studie kunnen doen, maar is het niet veel belangrijker dat ik iets doe wat ik leuk vind? Wat nou als ik een MBO studie in de autorichting neem? Auto’s zijn mijn ware passie in deze wereld, en ik denk dat ik mij zeker thuis zou voelen op een autostudie tussen allemaal gelijkgezinde mensen. Daarnaast mag ik dan misschien wel aardig slim zijn, maar dat betekent nog niet dat ik goed ben in het naar binnen stampen van kennis. Een meer praktijkgerichte studie lijkt me best wel fijn. Lekker aan auto’s knutselen! Veel leuker dan in boeken staren, toch?

Dus de kans is toch wel zeer aanzienlijk dat ik daar ga eindigen in september. Dan zou het op zich niet erg zijn om tot die tijd nog even te teren op mijn financiële reserves. Daarna hoort er weer studiefinanciering binnen te komen. Als de studie bevalt en ik er zeker van ben dat ik hem wil afmaken, kan ik ook eindelijk eens serieus gaan kijken naar een eigen kamer ergens, waar ik al veel te lang naar verlang. Iets om te doen en ergens om op mezelf te wonen. Dat is waar ik naar verlang, en het lijkt nu weer binnen handbereik. Dat geeft me tot september om, met hulp van mijn psycholoog, familie en vrienden, mezelf in de best mogelijke staat te krijgen. Hoe ik dat ga aanpakken? Ongeveer zo doorgaan als nu. Veel naar buiten, veel bewegen, beter eten, netjes naar de psycholoog blijven gaan, goede boeken lezen en zo hard mogelijk proberen mijn negatieve zelfbeeld wat op te pompen. Dat begint stap bij stap ook steeds beter te lukken. Iets wat je jarenlang onbewust hebt gedaan is niet makkelijk af te leren, maar ik merk steeds vaker dat ik mezelf, bewust of onbewust, corrigeer bij verkeerde gedachten. Het feit dat ik naar de sportschool ga en ook echt gewicht aan het verliezen ben zorgt ook wel voor een boost in zelfvertrouwen moet ik zeggen. Niet dat ik erg overgewicht heb, maar het begon wel echt het punt te bereiken waar ik het niet meer kon maskeren me een wat ruim shirt. Maar dat gaat nu weer helemaal de goede kant op.

Ik voel me beter dus. En dat vond ik goed nieuws, dus dat wou ik even delen. Binnenkort begint de maand mei alweer. Daarin word ik 22 jaar oud. En ik ga er alles aan doen om dat 22e levensjaar de allerbeste ooit te maken. De vooruitzichten lijken goed. 22 keer is scheepsrecht, toch?

Het leven.

Wat een diepgaande titel, of niet soms? Betekent het soms dat ik de zin ervan gevonden heb? Datgene waarnaar de beste filosofen al eeuwen op zoek zijn? Nee. Helaas niet. Het probleem is zelfs dat ik de totale onzin van het leven steeds meer begin te vinden, en dat dat me steeds meer tegen gaat staan. Zullen we daar eens wat dieper op ingaan? Ik heb (helaas) alle tijd.

Het leven. Wat voor eisen stel je daaraan? Wanneer is ‘het leven’ een goed leven? Meet je dat aan de hoeveelheid bezittingen die je hebt? De hoeveelheid vrienden? Familie? Baan? Auto? Partner? Kaasschaaf? Dat is waar ik een beetje mee zit de laatste tijd. Ik probeer uit te vinden waarom ik zo ongelukkig ben, en ik zoek het toch steeds weer in de bovenstaande dingen. Elke week is het wat anders. Dan weet ik weer 100% zeker dat ik ongelukkig ben omdat ik niet genoeg geld heb. Dan is het weer dat ik geen vriendin heb. Of geen baan. Of geen duurdere auto. En die week doe ik dan hard mijn best om aan dat ene iets te veranderen, tot ik de volgende week weer wissel, vaak zonder enige echte vordering op het vorige punt. Het schiet niet echt op, moet ik zeggen. Ik ben nog steeds erg ongelukkig.

Dan is de vraag dus wat voor magische formule er vereist is om voor mij tot geluk te leiden. Wat zijn de ingrediënten die ik daarvoor nodig heb? Of zijn er geen ingrediënten? Dat begin ik me steeds meer te realiseren. Misschien is er geen magische formule, en misschien is het zoeken daarnaar alleen maar extreme tijdverspilling die juist het tegenovergestelde als resultaat heeft; ongeluk.Want ik vrees dat sommige mensen gewoon gelijk hebben; geluk zit in jezelf. Je kunt gelukkig zijn met niks, en ongelukkig zijn met alles. En dat is geen fijne realisatie. Want het is veel makkelijker om vol te houden dat die ene baan, die ene auto of dat ene persoon je gelukkig gaat maken. Dat kán! Als die ene baan, die ene auto of dat ene persoon je denkwijze verandert, maar slechts de (fysieke) aanwezigheid ervan zal niks veranderen. Je moet leren gelukkig te zijn met wat je hebt, en daar heb ik zelf best moeite mee.

Ik kijk altijd naar wat er ontbreekt in mijn leven. Ik ben een 21 jarige jongeman met een best wel goed leven. Ik heb familie, vrienden en genoeg materiële zaken. Ik heb momenteel helaas niets (en niemand) wat mijn leven een beetje zin geeft (daarover later meer), maar dat zou op zich niet moeten betekenen dat ik extreem ongelukkig ben. Ik zou best meer kunnen genieten van mijn leven zoals dat nu is. Maar ik blijf me steeds (vaak onbewust) focussen op alles wat er niet is. Ja, ik heb dan wel goede vrienden, familie, een dak boven mijn hoofd en zelfs een auto voor de deur, maar ik heb niet… Nouja, dan volgt er een flinke waslijst. Ik betrap mezelf helaas zelfs regelmatig op kinderachtige jaloezie! ‘Maar hij heeft dat wel! En ik niet! Ik heb daar ook recht op!’. Ronduit walgelijk is het soms.

Maar hoe leer je zoiets af? Of eerder; hoe leer je om wél gelukkig te zijn met wat je hebt? Daar ben ik helaas nog niet helemaal achter. Het is vooral een verandering in je mindset, en die komen nog altijd gewoon tot stand met een gezonde portie wilskracht volgens mij. De wil om te veranderen doet veranderen. En misschien is er ook wel verbetering. Ik betrap mezelf er nu ten minste op, en corrigeer mezelf in dat soort gevallen. Dat is waarschijnlijk een langzame weg naar verbetering. Ik wil namelijk niet mijn hele leven zo doorbrengen. Ik zie veel te veel mensen die soms na hun 50e nog steeds een bittere, verwrongen kijk hebben op de wereld. Mensen die bij alles wel iets negatiefs te zeggen hebben. Mensen die anderen niks gunnen omdat ze zelfs niks van hun leven gemaakt hebben. Ik ben doodsbang om zo te eindigen, en ik hoop dat het daardoor juist niet zal gebeuren.

Maar laten we nog even terugkomen op waar ik het eerder over had; het gebrek aan iets wat mijn leven een beetje zin geeft. Ook daar zit ik de laatste tijd steeds meer mee, en ik denk dat daar de oorzaak van mijn depressie(ve gedachten) ook ligt. Volgens mij heb ik het al eerder gezegd, en ik heb het zelfs al eerder geprobeerd, maar er moet weer iets in mijn leven komen wat me bezig houdt. Iets wat me de deur uit krijgt en wat me in elk geval het gevoel geeft dat ik iets nuttigs doe (of dat nou zo is of niet). Een suf baantje, een suffe opleiding, iets. Ik ben nog steeds van plan mijn eigen bedrijfje(s) op te richten enzo, maar vreemd genoeg verlang ik de laatste tijd bijna meer naar gewoon een suf bijbaantje. Iets waar ik gewoon heen kan gaan, wat werk kan doen, wat geld kan verdienen en weer naar huis. Iets wat me het gevoel geeft dat ik wat doe, en wat ik kan vertellen aan anderen. Want ja, het hoort je niks te kunnen schelen wat anderen van je denken, maar het voelt érg vervelend om mensen die allemaal wat ‘nuttigs’ met hun tijd doen te vertellen dat je de hele dag thuis niks zit te doen.

Helaas is het heel erg lastig voor een 21-jarige om een baan te vinden. Ik heb geen nuttige diploma’s en geen 20 jaar ervaring in welk vakgebied dan ook, wat ongeveer 2% van de vacatures overlaat. Die 2% bestaat uit dingen als vakantiehuisjes schoonmaken en vakken vullen bij de kruidvat, waarbij ik een 90% kans heb om eruit gesolliciteerd te worden door respectievelijk iemand met schoonmaakervaring en een 16 jarige. Maar goed, misschien doe ik mezelf tekort door het met dat soort redenaties niet eens te proberen. Misschien moet ik gewoon eens een paar sollicitaties de deur uit doen zonder er al te veel bij na te denken. Wat ik wel geleerd heb van mijn korte en onvoorstelbaar stressvolle periode bij de broodfabriek eind vorig jaar, is dat ik een baan nodig heb waar ik in ieder geval te weten krijg waar ik aan toe ben. Geen telefoontjes om 7 uur ‘s ochtends en/of ‘s avonds of ik even meteen 8 uur kan komen werken.

Maar de kans is gewoon, als we het realistisch bekijken, klein dat ik aan een baan kom. Ik val in een zeer lastige groep op dat gebied. Een alternatief is, en dit zeg ik met hele pijnlijke en beschamende herinneringen, een opleiding… Datgene wat ik vorig jaar probeerde en waar ik binnen een week als een klein kind huilend vandaan rende. Punt is helaas dat ik een vrij ongelukkige middelbare schoolperiode heb gehad, en dat ik daardoor opleidingen zie als iets wat me opnieuw door zo’n hel gaat halen. De mensen op de opleiding die ik vorig jaar deed bevestigden dat helaas alleen maar. Maar misschien heb ik toen teveel hooi op de vork genomen. Misschien gaat het er helemaal niet zo veel om wát ik doe, maar meer om dát ik iets doe. Misschien moet ik gewoon iets hier in mijn woonplaats pakken waar ik me een beetje prettig bij zal voelen en waar mensen zitten die misschien wat beter bij me passen. Ik denk uiteindelijk toch niet dat een opleiding me de dingen zal leren die ik later in mijn leven daadwerkelijk zal benutten. Ik denk vooral dat het iets is om me bezig te houden, om me het huis uit te krijgen en om me studiefinanciering te bezorgen (laten we eerlijk wezen). Misschien iets in de ICT richting, waar ik misschien de basisbeginselen van een programmeertaal kan oppikken tussen wat mede-nerdachtige types.

Ik denk ik ieder geval dat ik dit soort dingen moet blijven proberen. Dat ik niet op moet geven. Misschien faalt het jammerlijk allemaal, maar misschien ook niet. Dus laten we erachter komen! Ik wil verdomme weer eens gelukkig zijn! En ik heb het gevoel dat ik de laatste tijd een beetje op het goede pad zit. Ik ben nog niet zo ver op dat pad, maar ik ben er wel. Een week of drie terug had ik mijn eerste afspraak bij de psycholoog, en alhoewel het anders was dan ik had verwacht, vind ik het toch wel fijn (alhoewel moeilijk) om met iemand te kunnen praten die onafhankelijk is. Morgen gaat hier een Fit4Free open, en ik heb mijn abonnement al afgesloten, dus deze week zal ik ook mijn uiterste best doen de fitness weer op te pakken en dit keer vol te houden (wederom; zo hard mogelijk proberen is alles wat ik kan).

De drang om te verbeteren is er in ieder geval nog. En ik denk dat dat een heel belangrijke factor is. Aan de ene kant snap ik dat het van buitenaf misschien lijkt alsof ik niet veel bereik, maar dat is niet helemaal waar. In vergelijking met mijn leeftijdsgenoten is mijn leven misschien vrij zinloos momenteel, maar ik heb het gevoel dat deze depressieve periode er eentje is die ik moet doormaken. Eentje die essentieel gaat zijn voor de rest van mijn leven, hoe moeilijk hij nu ook is. Eentje die me forceert om moeilijke veranderingen te maken die me een beter (functionerend) persoon gaan maken. En dat is nou eenmaal heel erg moeilijk, en kost daardoor veel tijd. Ik hoop heel erg dat ik aan het einde van 2014 een gelukkig leven leid, waarbij ik me gewoon een keer een normale 22 jarige (tegen die tijd) kan voelen.

Zoals ik in het begin zei zit geluk vooral in je hoofd, en ik ga ook zeker door met proberen gelukkiger te zijn met wat ik heb. Maar het is wel zo dat er een boel dingen zijn die het vergemakkelijken om het geluk te ´vinden´. Momenteel verlang ik er vooral naar me niet constant te schamen voor mezelf. Dat heeft deels te maken met mijn gebrek aan zelfvertrouwen en deels met het leven wat ik nu leid. Helaas staan die twee in verbinding, en belemmeren ze wederzijds elkaar, waardoor het lastig is één van de twee aan te pakken, laat staan allebei. Ik heb het gewoon te ver laten komen, maar daar is helaas niets meer aan te doen. Het enige wat ik kan is proberen er het beste van te maken met de middelen die ik heb, en dat ga ik doen. Wish me luck.