Recensie: Bioshock Infinite

In 2007, ongeveer de hoogtijdagen van mijn game-obsessie, kwam de eerste Bioshock uit. Het was de tijd dat mijn hele leven rond videogames draaide (jaja, ergens best triest, maar het was een mooie ontsnappingsmethode, en dat had ik toentertijd hard nodig), en ik weet nog hoe ik om openingstijd voor de winkel stond te springen. Ik telde een fikse som neer voor de collector’s edition en begon bij thuiskomst aan een ervaring die sindsdien eigenlijk maar door zeer weinig games geëvenaard is. Bioshock bood met zijn gevallen onderwaterutopie een geweldige setting, en het verhaal was van ongekende kwaliteit in de gamesindustrie. Het tweede deel werd overhandigd aan een andere ontwikkelaar en viel helaas flink tegen. Deze week kwam de derde Bioshock uit, die weer in handen is van de originele developer. Ik lag niet voor de winkel, maar nam mezelf voor pas in het weekend te gaan spelen. Al snel brak ik die belofte, en woensdag begon ik dan toch aan Infinite, met hoge verwachtingen.

Nou zijn hoge verwachtingen zeer gevaarlijk, vooral bij een derde deel in een reeks. Vaak zorgt het voor teleurstelling, maar niet in dit geval. Bioshock Infinite heeft mijn hoge verwachtingen namelijk zonder enige moeite overtroffen. Ik roep nu al vol overtuiging dat dit mijn ‘Game of the Year’ gaat worden, want het is onmogelijk om dit te overtreffen. Ik zal proberen mijn enthousiasme enigszins in bedwang te houden en de game zo eerlijk mogelijk te beoordelen, maar ik kan niet garanderen dat het lukt.

Bioshock Infinite verruilt de onderwaterwereld van Rapture voor een compleet nieuwe setting: Columbia. Een flinke stap omhoog, letterlijk, want Columbia bevindt zich ver boven het wolkendek van Amerika. Jij bent Booker Dewitt, en in eerste instantie lijk je de zoveelste actieheld met een duister verleden, die met een simpele taak naar Columbia wordt gestuurd. “Bring us the girl and wipe away the debt”.

Eenmaal in Columbia aangekomen zul je je ogen uitkijken. In tegenstelling tot Rapture, is Columbia nog in volle glorie bij je aankomst. Het is een kleurrijke, levendige wereld die dankzij de grafische pracht van je scherm afspat. De game speelt zich in 1912 af, en de straten worden dan ook bevolkt door ouderwets ogende mensen die stijve en vaak racistische gesprekken voeren. Columbia is net als Rapture een utopie, maar dan wel in de stijl van 1912, dus slechts voor de goed bedeelde blanke Amerikaan. De volledige bevolking aanbidt de heer Comstock, ookwel ‘The Prophet’. De zware gelovigheid van de complete stad is bijna angstaanjagend, en is zeer realistisch in beeld gebracht. Ik wil niks van het verhaal verklappen, maar al snel lopen dingen mis en krijg je de politiemacht van Columbia achter je aan.

Op dit moment wordt je geïntroduceerd aan de geweldige combat. Waar Bioshock 1 soms een licht onhandig combatsysteem had, voelt Infinite heerlijk soepel. Met extreem brute executies kun je mensen van dichtbij afmaken, maar al snel is dat niet meer nodig dankzij de vondst van een pistool. Het schieten werkt zoals je dat mag verwachten. De game bevat dit keer iron sights, wat het richten een stuk simpeler maakt en ervoor zorgde dat ik de ene na de andere headshot maakte. De plasmids uit Bioshock 1 maken hier plaats voor zogeheten ‘Vigors’, wat eigenlijk gewoon precies hetzelfde is. Ze laten je vuur, electriciteit, water, kraaien (jawel!) of andere dingen oproepen met je vingertoppen, wat als je het eenmaal goed weet te gebruiken een geweldige ervaring oplevert qua combat.

Al vroeg in het verhaal vindt Booker het meisje waarvoor hij naar Columbia is gekomen, en vanaf dat punt ben je zelden nog alleen. De 19-jarige Elizabeth volgt je bijna overal, en is voor zowel het verhaal als de gameplay een gigantische verrijking. Nog nooit eerder heb ik zo’n onvoorstelbaar goede character development voorbij zien komen in een videogame. Ik kan helaas niet teveel verklappen over Elizabeth zonder het verhaal te verpesten, maar zelden voelde ik zoveel compassie met een virtueel karakter. De relatie tussen Booker en Elizabeth is ronduit briljant uitgewerkt. Ik had verwacht dat Booker zeer cliché nors zou reageren op het feit dat hij een pubermeisje moet meezeulen, maar Infinite kiest voor een veel interessantere en meer geloofwaardig scenario. Het zorgde er in elk geval voor dat ik me eindelijk eens kon identificeren met een hoofdkarakter in een game. Booker is menselijk, ondanks het feit dat hij enkele dozijnen moorden pleegt per minuut. Zoals ik zei is Elizabeth niet alleen een verrijking voor het verhaal, maar ook voor de gameplay. Waar in 99% van de games dergelijke karakters altijd in de weg lopen, helpt Elizabeth je daadwerkelijk. In gevechten werpt ze je ammo en salts (de ‘munitie’ die je nodig hebt om vigors te gebruiken) toe, en buiten de gevechten om vindt ze geld en lockpicks voor je. Die lockpicks kan ze dan weer gebruiken om sloten te openen waar je zonder haar nooit langs was gekomen. Daarnaast zijn de gesprekken tussen haar en Booker tussen de gevechten door ronduit briljant, en ziet Elizabeth er met haar grote ogen en Disney-prinses uiterlijk aandoenlijk uit, wat nog versterkt wordt door de absurd goede gezichtsanimaties en -uitdrukkingen.

Dus, wat hebben we tot nu toe? Geweldige spelwereld, check. Geweldige graphics, check. Geweldige gameplay, check. Geweldige karakters en character development, check. Hoe zit het dan met het verhaal? Nou, beste mensen, je raad het nooit… Geweldig. Volgens de ontwikkelaar bevat het script van Infinite ongeveer 20.000 woorden meer dan de gemiddelde roman, en dat verbaast me niks. Het verhaal is namelijk ook stukken beter en diepgaander dan de gemiddelde roman. Dankzij de geweldige karakters, de geweldige voice-acting en de briljante verhaalvertelling komt het allemaal prachtig uit de verf. De game bevat weinig tussenfilmpjes, en vertelt het verhaal grotendeels in-game via conversaties en audiologs die je door de wereld verspreid kunt vinden. Het einde is eentje die je met hoofdpijn zal achterlaten van de poging het te begrijpen. Maar hoe meer je erover nadenkt, hoe genialer het allemaal wordt. Wel had ik het idee dat de ontwikkelaar enige haast had richting het einde. De eerste helft van de game neemt overal lekker de tijd voor, maar richting het einde krijg je opeens een heleboel verhaalelementen en plottwists te verduren in vrij korte tijd. Waarschijnlijk stond de uitgever ze in de nek te hijgen.

Maar er zijn meer kleine minpuntjes te bekennen, als je hard op zoek gaat. Waar Bioshock 1 de Big Daddy’s had, zo heeft Bioshock Infinite de Songbird. Dit gigantische vogelachtige wezen is de ‘beschermengel’ van Elizabeth, en hij is niet zo blij dat je haar uit Columbia probeert te krijgen. In trailers leek Songbird een prominente rol te spelen, maar helaas kom je hem in de game slechts een stuk of vijf keer tegen. Het had de game een stuk spannender en enger kunnen maken als dit angstaanjagende wezen je wat meer zou opjagen. Sowieso is Infinite een stuk minder eng dan de eerdere twee delen. De setting speelt daar de grootste rol in. Een duistere, half ingestorte onderwaterstad is nou eenmaal enger dan een meestal goed verlichte stad boven het wolkendek. Daarnaast doet de game ook gewoon minder zijn best om eng te zijn. Er zijn enkele stukjes die nog aardig creepy te noemen zijn, maar echt horror wordt het nooit.

Ik ben zelf zo’n 12 uur bezig geweest om Infinite door te spelen op de makkelijkste moeilijkheidsgraad (ik game voor de ervaring, niet voor de uitdaging) en met het doorzoeken van alle hoeken en gaten van Columbia. Voor een hedendaagse shooter met zo’n geweldig verhaal is dat een zeer respectabele lengte, en ik weet zeker dat ik hem in de toekomst nog vaker zal spelen, vooral gezien de game je op enkele punten keuzes laat maken waarvan ik graag wil weten hoe ze het verhaal beïnvloeden. Infinite bevat geen multiplayer, co-op of andere spelmodi, het is slechts het singleplayer verhaal, en dat is ook voldoende.

De conclusie is voor mij dat Bioshock Infinite misschien wel de beste game is die ik ooit heb gespeeld. Videogames worden gewoon niet veel beter dan dit. Gameplay, graphics, verhaal, karakters, spelwereld, alles klopt gewoon. De totaalervaring is er eentje die ik mijn leven lang niet zal vergeten. Het is één van die dingen waarvan je wou dat je ze uit je geheugen kon wissen zodat je ze opnieuw voor de eerste keer kon ervaren. Bioshock Infinite is de perfectie eng nabij. Of je nou gamer bent of niet, dit moet je beleven. Meekijken hoe iemand Infinite speelt is een betere ervaring dan de meeste films weten te bieden. Een meesterwerk.

Cijfer: 25,8/10(Deze recensie is gebaseerd op de PC versie van Bioshock Infinite)

Koop Bioshock Infinite op Bol.com

Bioshock Infinite: een sfeerimpressie

De eerste Bioshock (2007) is nog altijd één van mijn favoriete games aller tijden. Deze week kwam het derde deel in deze uitzonderlijk briljante reeks uit; Bioshock Infinite. De onderwaterwereld is verruild voor een prachtige stad boven de wolken, en dat zorgt voor soms onvoorstelbaar mooie beelden. Ik ben vanmiddag pas begonnen aan dit meesterwerk, dus een volledige recensie houden jullie nog van me tegoed. Ik kan wel alvast verklappen dat ik zwaar overweeg dit als de beste game die ik ooit heb gespeeld te bestempelen. Het niveau van sfeer, verhaalvertelling en karakterontwikkeling in combinatie met een geweldig mooie wereld is ongeëvenaard. Die geweldig mooie wereld heb ik geprobeerd vast te leggen door tijdens mijn eerste paar uur speeltijd af en toe een screenshot te nemen, waaruit deze sfeerimpressie is opgebouwd.

MX-5 statusupdate

Iedereen is al compleet gestoord van me aan het worden, maar dat maakt niet uit. Afgelopen zondag haalde ik een nieuw setje velgen op, en vandaag zaten ze er na een flink gevecht eindelijk op. Sindsdien heb ik mijn arme social media volgers/vrienden compleet ondergespamd met foto’s en enthousiaste tweets over hoe geweldig het wel niet is. Punt is namelijk dat ik eigenlijk bijna geen geld heb om in mijn auto te steken, dus zo’n nieuw setje velgen is een grootse gebeurtenis voor mij.

Nou kwam dit ook wel verdomde goed uit. Ik moest voor de komende APK eigenlijk nieuwe banden monteren, wat me toch al snel meer dan 200 euro had gekost. En toen kwam er op het MX-5 forum opeens een setje mooie velgen langs voor €175, inclusief bijna nieuwe banden! Het waren de standaardvelgen van het iets sterkere 1.8 model, die er een stuk mooier uit zien dan de bolletjesvelgen die standaard op mijn 1.6 zitten. Daarnaast waren ze goud gespoten, wat ik altijd al geweldig heb gevonden bij de British Racing Green lak. Gezien de meeste mensen niet zitten te wachten op standaardvelgen was ik er voor de verandering eens als eerste bij, en een paar dagen later scheurde ik naar Noord-Holland om ze op te halen.

Eenmaal thuis wou ik ze er eigenlijk gelijk onder gooien, maar het was alweer duister aan het worden, en ik wou mijn eerste wielwissel ooit liever in het licht uitvoeren. De volgende dag ging ik dapper aan de slag. Totdat bleek dat de wielmoeren pittig goed vastgedraaid waren. Later heb ik er samen met mijn vader nog even naar gekeken, en al snel hadden we de eerste drie velgen vervangen. Je zult echter altijd zien dat de laatste het lastigste is. Zo ook hier, want de vierde velg zat onvoorstelbaar goed vast. Zowel ik als mijn vader hebben ons er bijna een hernia op getrokken, een plastic pijp op gebroken in een poging een hefboomeffect toe te passen en met hamers op de sleutel zitten rammen zonder resultaat. Teleurgesteld zette ik de auto weer op de oprit.

Vanmorgen ben ik er maar mee naar de garage gereden en heb die vriendelijk gevraagd de boutjes even los te draaien en iets minder stevig vast te zetten zodat ik ze thuis los kon krijgen. Ik had het wiel mee kunnen nemen als de MX-5 niet zo verdomd klein was geweest. En ik had niet zo’n zin mijn interieur te bevuilen met de band. De garage was zo vriendelijk dit kosteloos even voor mij te fixen, en binnen een minuut was ik weer op weg naar huis. Daar ging ook het laatste wiel relatief simpel los, en kon ik eindelijk mijn laatste gouden velg monteren.

Piepend en knarsend van blijdschap stapte ik in mijn auto om een stukje te rijden. De wegligging was naar mijn gevoel wat anders, een beetje minder strak, maar ik heb de bandenspanning dan ook nog niet nagekeken. Ik heb de wagen even flink op zijn staart getrapt, en daarbij ondervond ik gelukkig geen enkele problemen. Het is waarschijnlijk een kwestie van wennen.

De grote vraag is nu natuurlijk… what’s next? Autoliefhebbers weten het wel: een auto is nooit klaar. En die van mij al helemaal niet. Gezien de minieme inkomsten en de hoge prijzen in de autowereld moet ik vaak een half jaar sparen voor iets relatief kleins. Momenteel is het vooral belangrijk dat ik straks in mei weer door de keuring kom. 7 april staat er een techdag gepland van de Noord-Nederland MX-5 club waarop mijn MX gecheckt zal worden op technisch gebied. Geen volledige keuring, maar een leuke gezellige dag met ongeveer 30 andere MX’jes. Dan weet ik in elk geval alvast wat ik kan verwachten bij de keuring. Daarnaast is er een uitdeuker aanwezig, die ik afhankelijk van het tarief nog even kan loslaten op een paar kleine deukjes. Als alles goed gaat bij de keuring, en ik reken eigenlijk op niet zoveel problemen, dan gaat er zo snel mogelijk een verlagingssetje komen om de MX wat omlaag te krijgen. Al helemaal met zo’n mooi setje velgen eronder valt het toch wel heel erg op hoe hoog hij op zijn poten staat. Ik hoef geen schraapbak, maar een centimeter of twee/drie moet toch wel kunnen. Dan ben ik voorlopig wel even tevreden, en gaat het geld weer lekker naar AutoSocial. Ik heb nooit zo’n behoefte aan spoilers, bodykits en dergelijk uiterlijk vertoon. Ik vind de standaardlijnen van de MX-5 al geweldig, en vind een spoiler zelfs vreselijk staan.

Zo, nu zijn jullie weer up-to-date qua de MX-5. Of je dat ook daadwerkelijk wou doet er nu even niet toe. Ik ben zelf in ieder geval hyperenthousiast dat ik eindelijk van die saaie bolletjesvelgen af ben.