Recensie: Need for Speed Most Wanted (2012)

In 2005 kwam Need for Speed: Most Wanted uit. Een game die draaide om illegale straatraces, tunen, pimpen en vooral heel veel politie. De speler moest zich door een lijst van de ‘most wanted’ racers werken en werd steeds beruchter bij de politie, met alle gevolgen van dien. Most Wanted is in mijn ogen nog altijd één van de beste, zoniet dé beste, Need for Speed ooit gemaakt. Nu, zeven jaar later, komt er een game met dezelfde titel uit, zoals EA dat enkele jaren terug al deed met NfS: Hot Pursuit. Waar die vorige nog aardig trouw bleef aan het origineel, gooit EA het roer bij Most Wanted volledig om… Wat is er nog over van de Most Wanted magie?

Het eerste grote verschil wat opvalt is dat de nieuwe Most Wanted zich niet meer zozeer focust op ‘normale’ straatauto’s, maar net als de vorige twee delen in de Need for Speed reeks weer gaat voor de super- en hypercars. Je begint in een Aston Martin V12 en krijgt binnen vijf minuten al een Porsche 911 te besturen. Nou ben ik een groot fan van supercars, maar als de allereerste auto in een game al een Aston Martin is, dan is het gevoel van vordering toch een beetje afwezig. Liever had ik, net als in de oude game, een gewone Punto of Cobalt SS gehad in het begin, om dan na enkele uren spelen misschien die Aston Martin eens te krijgen.

Waar je in de oude Most Wanted met races geld verdiende om nieuwe auto’s en onderdelen te kopen, is ook dat volledig afwezig. In de 2012 versie verdien je met het rijden van races slechts upgrades voor je auto, en nieuwe auto’s moet je in de stad zoeken. Blijkbaar laat men in deze wereld graag peperdure supercars achter met de deur van het slot en de sleutels in het contact. Ook dit neemt een beetje het gevoel van vordering weg, gezien je nog voor je ook maar één echte race hebt gereden al bijna alle auto’s kunt unlocken. Een vreemde keuze, als je het mij vraagt. Elke auto heeft vijf races die elk twee upgrades vrijspelen. Denk daarbij aan dingen als nitro’s, lichter plaatwerk, een hogere of lagere versnellingsbakverhouding of andere banden, die elk natuurlijk invloed hebben op het rijgedrag, de acceleratie en de topsnelheid van de auto. De verschillen zijn niet enorm merkbaar, gezien bijna elke auto sowieso al zo bizar hard gaat dat de minieme verschillen die deze upgrades toevoegen niet zo schokkend zijn. Ook is het jammer dat als je bijvoorbeeld een ‘aerodynamic bodykit’ toevoegt, er uiterlijk compleet niks verandert. Er is dus volledig niks te veranderen aan het uiterlijk van je auto. Zelfs de kleur is alleen te veranderen als je door een benzinestation rijdt, wat gelijk ook je auto repareert en je nitro aanvult. Dit doet erg denken aan de game Burnout: Paradise, wat niet zo heel vreemd is gezien ze van dezelfde ontwikkelaar komen.

Naast het feit dat je dus de helft van de tijd in een auto rijdt die niet de kleur heeft die jij zelf wil, zijn er meer invloeden van Burnout Paradise overgenomen. Niet alleen kun je tijdens de races mensen ‘takedownen’ om zo weer volle nitro te krijgen, er zit ook een schademodel in. Helaas raak je veel te snel in een crash, waarna je – net als in Burnout – enkele seconden nutteloos zit toe te kijken hoe je auto staat te roken en iedereen je voorbij rijdt. Soms kun je met 250km/u tegen een busje aan rammen zonder te crashen, het volgende moment tik je een muurtje aan en mag je alweer kijken hoe je auto in het rond tolt. Over het algemeen ben ik voor realisme, maar in een Need for Speed game wil ik af en toe even langs een muur kunnen schaven zonder gelijk te crashen. Dat moet nou eenmaal wel eens als je met 350km/u door nauwe stadsstraten probeert te navigeren.

Nou klinkt deze recensie tot nu toe misschien erg negatief, maar over het algemeen heb ik me goed vermaakt met deze game. Ten eerste is Most Wanted een grafisch meesterwerkje. De spelwereld is geweldig ontworpen en bevat een magnifiek wegenstelsel met bochtige binnenwegen, maar ook een flink snelwegenstelsel en een druk stadscentrum. Er is genoeg afwisseling, maar toch is het kleiner dan het lijkt. Je zult regelmatig binnen vrij korte tijd weer op dezelfde plek uitkomen, wat er ook iets mee te maken kan hebben dat er geen enkele auto in de game zit met een topsnelheid onder de 250km/u. Met een simpele druk op de rem raakt welke auto dan ook simpel in een drift, waardoor je zelden écht hoeft te remmen.

Waar ik ook zeker over te spreken ben, is het aanbod aan auto’s. Er zal aardig wat speeksel opgewekt worden bij de gemiddelde petrolhead. Het valt op hoeveel bijzondere wagens er in de game aanwezig zijn. Uiteraard zitten merken als Lamborghini, Audi, Mercedes, Aston Martin, Chevrolet en Ford erin, maar dingen als Marussia, Caterham, Ariel, Pagani en Tesla zie je niet zo vaak. Daarnaast heeft EA nog altijd het monopolie op het gebruik van Porsche, en daar maken ze graag gebruik van. Onder andere de nieuwe Porsche 918 spyder concept is aanwezig, en dat is best een aangename verschijning. Zoals eerder gezegd kun je vele van deze auto’s vrijspelen door ze te zoeken in de stad, maar sommige zijn slechts te verkrijgen door je omhoog te werken op de ‘Most Wanted’ lijst. Hiermee speel je de daadwerkelijk bijzondere wagens vrij, waaronder de Bugatti Veyron Supersport, Pagani Huayra, Porsche 918 Spyder en als ultieme einddoel: de Koenigsegg Agera R.

Over het algemeen zijn de races goed in elkaar gezet. De routes zijn leuk en goed snel te rijden met de juiste auto. Wel wordt je iets te vaak geforceerd off-road te gaan met een erg ongeschikte auto, en de GPS lijkt er nogal op uit om je de dood in te jagen. Ook heeft de game helaas, net als NfS: The Run, heel erg last van Rubberbanding. Voor degenen die niet bekend zijn met die term; Rubberbanding is het vervelende verschijnsel wat ervoor zorgt dat in een racegame je tegenstanders nooit te ver van je vandaan zullen zijn. Als jij het extreem goed doet, worden je tegenstanders ook automatisch sneller, zodat het altijd spannend blijft. Dit is echter niet goed voor het realisme, als je in een Koenigsegg moeiteloos bijgehouden wordt door een Caterham. Daarnaast zie ik graag het resultaat van mijn perfect genomen bochten, in de vorm van een flinke afstand tussen mij en mijn tegenstanders.

Het grootste nadeel moet echter nog komen… Waar de oude Most Wanted echt gefocust was op de politieachtervolgingen, lijken ze er hier een beetje met de haren bij gesleept. In de 2005 versie heb ik achtervolgingen van anderhalf uur gehad. Je werd achtervolgd door helikopters, allerlei verschillende auto’s en het radiocontact maakte alles nog extra spannend. In deze game rijden er slechts drie soorten politieauto’s een klein beetje achter je aan. De langste achtervolging die ik heb gehad duurde nog geen kwartier, en ik heb nog geen enkele helikopter gezien. Spike strips hebben weinig resultaat, gezien je gewoon op je velgen kunt doorrijden tot je een benzinestation tegenkomt, of later zelfs banden kunt vrijspelen die automatisch weer opblazen. De politie is slechts een irritante bijkomstigheid die je tijdens belangrijke races af en toe van de baan ramt, in plaats van een geweldig gameplayelement zoals in de oude game, en dat is in mijn ogen een beetje de genadeklap voor deze game. Ik keek er echt naar uit om urenlang met mijn Koenigsegg door de steden te scheuren met twintig politiewagens achter me aan, maar dat zat er niet in.

Dat, in combinatie met het feit dat je geen wagens kunt tunen, geen garage kunt opbouwen, dat er geen verhaallijn is en dat de game focust op supercars in plaats van tunerwagens, doet mij me afvragen waarom EA ervoor gekozen heeft deze game de titel ‘Most Wanted’ mee te geven in plaats van gewoon ‘Hot Pursuit 2’. Het is zeker niet dat Most Wanted een slecht spel is, maar het is de naam Most Wanted niet waardig. Voeg er nog een vrij trieste speelduur aan toe en je hebt een totaalpakket wat op papier heel indrukwekkend lijkt, maar wat naarmate je vordert helaas niet zo geweldig wordt als je misschien had gehoopt. Mijn advies is dan ook om deze game te laten liggen tot hij minstens één prijsdaling heeft gehad. Tot die tijd is het aan te raden de oude Most Wanted nog eens op de kop te tikken, want dat blijft een klassieker.

Cijfer: 6/10

Docu: Urban Outlaw

Beste lezers! Ik kan wel weer heel sullig mijn excuses aan gaan bieden voor het gebrek aan blogs, maar laat ik dat maar even niet doen voor de afwisseling. Misschien komt er binnenkort weer een extreem lange update, misschien niet. Ik weet het niet…

Vandaag wil ik even iets met jullie delen. Eerder dit jaar deelde ik al een keer een mini documentaire met jullie van een half uurtje, namelijk Keep Drifting Fun. Vandaag wil ik even hetzelfde doen, en ja, het heeft wederom met auto’s te maken. Toch denk ik dat het ook als non-autoliefhebber best een interessant stukje film is. Ten eerste zit het vol met mooie beelden, ten tweede is het een mooi inzicht in de geest van een extreem interessant persoon, en een groot deel van de autoliefhebbende wereld. Daarnaast is het gratis, dus als je een half uurtje over hebt is er geen reden het geen kans te geven.

Vooral de omschrijving die Magnus rond de 24e minuut (voor degenen die niet het geduld hebben alles te doorzitten) geeft van het rijden in zijn geliefde Porsches herkende ik mij extreem in, zelfs al is een klassieke Porsche vast en zeker nog een stuk intenser om te rijden dan een MX-5. 

“There’s a certain calmness to it, because you’re not really thinking about anything else, and it all becomes second nature. There’s a sense of chaos, and there’s a sense of calmness at the same time”

En wat een prachtige, iconische wagen is de Porsche 911 toch, vooral de oudere modellen die je in deze documentaire zult zien. Ik snap de liefde van Magnus voor deze wagens zonder twijfel, zelfs al zou ik zelf mijn garage toch liever wat diverser vullen. Maar genoeg geluld, tijd om te gaan kijken! Ik doe het even via een link, omdat de site waar het filmpje gehost is niet zo dol is op kleine bloglayouts zoals die van mij.

Verslag: de eerste keer Nürburgring

Zoals beloofd hier het verslag van mijn eerste ronde over de befaamde Nürburgring. Dit is een deel van het verslag van mijn weekendroadtrip naar Duitsland, zoals hier te lezen:
Deel 1
Deel 2
Het is niet geheel onmogelijk dat deze verslagen elkaar een beetje overlappen.

Rond een uur of half drie kwamen wij bij de Nürburgring aanrijden, om meteen in een fikse file te belanden. Het was duidelijk drukker dan de vorige dag, toen de regen nog met bakken uit de lucht kwam. We stonden in de file met vele Porsches en GT-R’s, wat het wel een stukje leuker maakte. Het knelpunt was de rotonde, waar van alle kanten een lange stroom auto’s op en af moest. Het gebrul van allerlei motoren schalt door het stadje en overal zijn autoliefhebbers te vinden, te herkennen aan hun voertuigen, hun kleding of de verlekkerde blikken naar andermans auto. We parkeren de auto’s en gaan te voet naar het loket om een kaartje te halen.

We vergeten al snel ons doel van een ticket scoren als we zien wat er allemaal klaarstaat om de ring op te gaan. Van smart tot Ferrari tot bizar zeldzame (30 stuks wereldwijd) Isdera Imperator. In feite is de Nürburgring niks meer dan een tolweg met eenrichtingsverkeer. Je mag er zelfs met een bestelbus, vrachtauto of bus op. Uiteindelijk trekken we onze ogen los van al het automotief moois en gaan we in de rij staan voor een ticket. Het blijkt een pasje te zijn in plaats van een ticket, wat gescand moet worden bij de hekken. Ik ben stiekem doodsbang, want zonder enige circuitervaring meteen het moeilijkste circuit ter wereld opgaan, en dan ook nog op een zondagmiddag, is best eng.

Met knikkende knieën rij ik naar het hek. Ik scan het pasje en rij voorzichtig de baan op, samen met twee Porsches die via de andere hekken ook de Ring op komen. Ik laat ze maar voor, wetend dat ze me anders toch binnen twee seconden moeten inhalen, en trap dan het gas in. Ik vergeet het nieuwe rijden even (wat het hele weekend al het geval is) en trap de auto goed door tot de begrenzer. Helaas is het stervensdruk op de ring, dus het is alles behalve de ideale tijd om je eerste rondje te rijden. Ik ken het gebied alleen virtueel, en het is in de eerste bocht al duidelijk dat die kennis meteen de prullenbak in kan. Dit is anders… Heel erg anders… Bochten zijn scherper of juist slapper dan je denkt, de hoogteverschillen zijn duizend keer erger dan je denkt en de baan is vooral veel breder dan ik had gedacht.

Ik weet maar weinig van de etiquette op een circuit, maar heb nog wel meegekregen dat het aan hebben van de rechter aanwijzer betekent dat je rechts blijft men je links moet inhalen. Laten we maar zeggen dat ik er veel gebruik van heb gemaakt. Ik ging alles behalve langzaam, maar ik zou niet liegen als ik zeg dat iedereen me inhaalde. Ik schaam me er niet voor, want het is een enorm verraderlijk circuit. Dat wordt al duidelijk als binnen de eerste vijf bochten de eerste gele vlag al uithangt. Een zilveren Opel Astra staat op de sleepwagen, klaar om van de ring gesleept te worden. Met 50 rij ik in een lange rij auto’s langs het ongeluk, om bijna meteen het gas weer in te trappen. De MX wint het qua acceleratie niet van de Porsches, Seats of zelfs de Citroëns achter me, en iedereen raast langs me.

Door de drukte heb ik zelden de kans om een echt mooie lijn door de bochten te pakken zonder veel snellere wagens enorm in de weg te rijden. Ik snap dan niet zo goed wat de bedoeling is, en blijf maar rechts zodat zij wel de goede lijn kunnen nemen. Het is een beetje het recht van de sterkste auto naar mijn weten. Alsnog halen we aardige snelheden, en gaat de MX af en toe met piepende banden door de bochten. Op de rechte stukken zie ik de meter een enkele keer de 140 aantikken voor ik op de rem moet. Hier en daar heb ik het geluk van een lege achteruitkijkspiegel voor een bocht en kan ik hem pakken zoals ik zou willen, lekker snel en met een mooie soepele lijn. Het is een magisch gevoel. Ik heb het geluk ook bij de beruchte ‘Karussell’ bocht een lege baan te hebben. De Karussell helt nog veel meer dan filmpjes en games laten zien, en ik neem hem helaas iets te langzaam. Dat is het geval met bijna elke bocht, maar ik hou het even bij ‘better safe than sorry’.

Het filmpje wat mijn bijrijder geschoten heeft duurt 13 minuten, dus dat is minimaal mijn tijd. Dat is lang… Verdomd lang. Een minuut of tien moet haalbaar zijn voor een MX-5, en zelfs voor mij, maar niet op een drukke zondag en niet als mijn allereerste circuitrit. Ik heb me voornamelijk bezig gehouden met op de baan blijven, anderen voorbij laten gaan en slechts als ik de baan voor mezelf had echt racen. Dat is best jammer, maar ik heb alsnog geen seconde spijt gehad van de beslissing een ticket te kopen. De Ring is zelfs met een ‘traag’ (we hadden een gemiddelde van zo’n 80 tot 90km/u uitgerekend) gangetje een geweldige ervaring. Hopelijk kunnen we komende zomer eens op een maandagochtend om openingstijd klaar te staan, in plaats van op een zondagmiddag drie uur. Daarnaast hoop ik tegen die tijd betere banden te hebben, want mijn profiel achter is zorgwekkend.

Maar nog veel belangrijker lijkt het mij om wat circuitervaring op te doen. Ik zal me eens verdiepen in trackdays op bijvoorbeeld zandvoort, of nog beter: TT Assen, wat zo ongeveer om de hoek ligt. De Ring is namelijk wegens het tolweg-systeem wel érg toegankelijk. Ik had af en toe het idee dat ik er eigenlijk nog helemaal niet thuishoorde, want ik had de helft van de tijd geen idee wat ik aan het doen was. Als dat verandert en we op een rustiger moment de ring op kunnen, dan zal ik hopelijk wat minder clueless rondrijden en me nog meer vermaken. Ik kan in elk geval niet wachten…

Hier nog een aantal foto’s die ik bij thuiskomst van verscheidene Nürburgring fotosites heb geplukt. Helaas allemaal met watermerk, anders moet ik 9 euro per stuk betalen, wat me net iets te veel is.

Ziehier mijn knipperlicht aanstaand, en dat voor een Z3, een
seat en een peugeot. Ik ben een watje :)

De MX in de Karussell!

En mijn angsthoofd… Bij slechts 50 a 60km/u.

Verslag van een episch weekend – dag 2

[Voor verslag dag 1, klik hier]

De wekker is ingesteld op negen uur, maar ik ben al ver voor die tijd wakker. Het hotel is namelijk aardig gehorig, en ik kan de luide gesprekken van iedereen buiten duidelijk volgen. Het is niet de fijnste manier om wakker te worden, moet ik zeggen. Het hotel is verder ook niet om over naar huis te schrijven met zijn harde matrassen, gebrek aan slot op de WC en een douchecabine met grote glazen ruit. Privacy? Niet bij Ibis hotels!

We vertrekken weer richting de auto’s om een McDonalds op te zoeken om te ontbijten. Nog geen vijf minuten later is dat al geslaagd, en sta ik te beslissen welke van de 250 ontbijtproducten ik wil. In Nederland is dat wel anders… Daar kun je kiezen tussen koffie of thee bij je ontbijt; that’s it. Ik besluit uiteindelijk voor het roerei met bacon te gaan, wat ongeveer zo goddelijk smaakt als ik had gehoopt, zelfs al klopt de ei-baconverhouding niet helemaal.

Als we rond tien uur de McDonalds uitlopen is het nog steeds droog, en is de zon er zelfs bij gekomen. De daken zijn opgedroogd, en we besluiten ze eraf te halen om eindelijk van de frisse lucht te kunnen genieten. De motoren worden warmgereden en het gas gaat erop. Eindbestemming? Wederom de Nürburgring. Nouja, eigenlijk Emmen, maar eerst de Ring!

We rijden weer door mooie, rustige dorpjes, over prachtige bergweggetjes en door lange tunnels. Het is een goddelijke rit met het dak eraf. De brul van de motor is nu pas echt goed te horen, en als de zon zich niet achter de wolken verschuilt is ook de temperatuur prima te harden. Zo nu en dan is er in de verte een onheilspellende wolk te zien, maar nooit komt het ook echt zover dat er ook maar één enkel druppeltje te zien is.

Hoe dichterbij de Nürburgring we komen, hoe mooier het landschap wordt. Nu het mooi weer is, kan ik er pas echt van genieten. Mijn banden bieden weer grip, wat betekent dat ik de 1.8 nu al helemaal prima bij kan houden. Steeds vaker komen we Porsches of andere mooie wagens tegen, wat erop wijst dat we de goede kant op gaan. Met de grote grijns van de bergweggetjes nog op ons gezicht rijden we het terrein van de Ring op, waar we in een onheilspellende file komen te staan.

We parkeren de auto’s op een zanderige parkeerplaats tussen de Porsches en Lotussen en gaan op zoek naar een kaartje. Al snel worden we afgeleid door alle geweldige auto’s die er te zien zijn. Twee Ferrari 458 Italia’s, een Nissan GT-R hier, een corvette daar, en zonder overdrijven meer Porsches dan volkswagens. Het is mooi om te zien wat er allemaal de ring op rijdt. Onder andere een Smart Fortwo, een Ford Focus station met volledig gezin, enkele MX’jes en een extreem zeldzame, maar ook erg lelijke, Isdera Imperator.

Voor de flinke prijs van 26 euro koop ik een kaartje voor de Ring, wat me recht geeft op maar liefst één hele ronde. Verdomd prijzig, en met gigantische drukte die ik zie vraag ik me af hoe de Nürburgring in godsnaam failliet kan zijn, want de meesten doen wel meer dan één rondje. Ik ben stiekem doodsbang, want ik heb geen enkele circuitervaring, en de Nürburgring is nou niet bepaald het makkelijkste circuit om te beginnen. Met een mix van extreme zenuwen en extreme zin loop ik weer naar de auto.

Ik rij een hectische ronde over de Ring (waarvan zsm een los verslag volgt) en rij met een hartslag van 500 het circuit weer af. Ik kan alvast verklappen dat het één van de engste dingen is die ik ooit heb gedaan, maar ook zonder twijfel één van de beste. Ik zoek de 1.8 MX op die iets meer lef (en meer bandprofiel) had en daardoor mij al snel eruit reed op het circuit. We kopen een sticker om te bewijzen dat we op de ring zijn geweest en beginnen aan de terugreis richting Emmen. We zetten de TomTom op snelwegen vermijden en de voorspelling is een rit van vijf uur. Na zo’n twee uur rijden blijkt echter al dat we lekker doortrappen, want we vreten de kilometers sneller dan de TomTom had gedacht. Ik moet tanken, de 1.8 heeft nog een kwart tank. Ik gooi mijn auto goed vol en bereken snel even een gemiddelde, wat op een relatief schokkende 1:13.2 uitkomt! Ik had zelf iets rond de 1:9 gedacht, vooral gezien we op deze tank ook de Ring hebben gereden. Ik kan helaas weinig vergelijkingsmateriaal geven, want normaliter vergeet ik altijd gemiddeldes te berekenen. Leuk is het wel. Na het tanken scheuren we in een kwartiertje naar de dichtstbijzijnde McDonalds, om daar even menuutje te verorberen.

Nu is het tijd voor de laatste loodjes, die volgens velen het zwaarst wegen. Daar merk ik echter weinig van. Het begint te schemeren, maar we rijden nog steeds dakloos. Sterker nog; mijn dak is er sinds hij er na het ontbijt af ging niet meer op geweest. Geen seconde! Langzaam maakt de schemer plaats voor echte duisternis, en omdat mijn reisgenoot achter het stuur zit kan ik van deze gelegenheid gebruik maken om lekker achterover te leunen en van de prachtige sterrenhemel te genieten. We krijgen alweer Nederlands radio-ontvangst, en ik neem het stuur voor de laatste keer over. Nog een uurtje of anderhalf genieten we van de uitgestorven Duitse wegen, waar we met hoge snelheid overheen razen, tot we weer de grens over zijn. Nog vijf minuutjes en ik sta weer op mijn oprit, rond tien uur ‘s avonds. Het dak er maar eens op doen dan!

Ik kan niet anders dan concluderen dat het een episch weekend was (maar dat heeft de titel al een beetje verklapt). De eerste dag is bijna voor niks geweest, eigenlijk, maar ik heb nergens spijt van. De tweede dag is er eentje die ik nooit zal vergeten. Vooral het eerste rondje Nürburgring was een ervaring die voor altijd in mijn geheugen gegrift zal staan. Er gaat weinig boven een dag vol goede auto’s, goede vrienden, goede wegen, goede muziek, goed weer en een goed circuit. We hebben al afgesproken komende zomer het allemaal nog eens dunnetjes (of eerder dikjes) over te doen, en er dan nog minimaal een dag achteraan te plakken. Ik hoop dan terug te gaan met een setje goede banden en een beetje meer circuitervaring.

Verslag van een episch weekend – dag 1

Een episch weekend ja. Dat was het zeker. Volgens mij heb ik de plannen wel eens aangekondigd, maar daar kan ik me ook in vergissen. De plannen zijn namelijk vorig weekend pas gemaakt, en we besloten  ze dit keer maar eens snel uit te voeren. Het plan was een weekendje Duitsland in trekken met twee MX-5’en. We zouden even langs IL Motorsport, de Nürburgring, een overnachting zoeken en dan via een flinke omweg met veel leuke binnenweggetjes terug naar Nederland. Nou is die planning niet 100% uitgekomen, maar we zijn wel twee dagen Duitsland in getrokken, en dat is het belangrijkste. Bij deze een verslag van de eerste dag.

Om half zeven gaat de wekker na nog geen vier uur slaap. De avond hiervoor heb ik een Delain concert in Groningen gehad, en uiteraard kun je dan niet meteen slapen. Toch ben ik niet moe. Ik voel me in elk geval niet moe, want mijn enthousiasme overtreft de vermoeidheid. Er staat ons een geweldig weekend te wachten, maar het weer zit helaas niet mee. De regen komt met bakken uit de lucht, ook als we om iets voor half acht de auto in stappen en naar de ontmoetingsplek gaan. Na vijf minuutjes wachten komt de tweede MX-5 eraan rijden en gaan we zo snel mogelijk op pad. Het blijft keihard regenen, dus het dak moet erop blijven en de geplande poging om de topsnelheid van de auto’s eens te gaan testen blijft ook even uit. We rijden rustig over de Autobahn tot ik moet tanken, en we besluiten vanaf dan maar de binnenwegen te pakken.

Even een slokje benzine.

Enkele uren rijden we door kleine Duitse dorpjes en mooie bergwegen. Heel eventjes gooien we het dak eraf, om het er een half uur later in nood weer op te doen om het interieur niet in een badkuip te doen veranderen. Even later draaien we de parkeerplaats van IL motorsports op. IL Motorsports is één van de grootste leveranciers van MX-5 onderdelen, en hun winkel/showroom lag perfect op onze route. Binnen is het een waar feest voor de MX-5 enthousiasteling. Er staat een prachtige derde generatie (NC) MX-5 met supercharger te glimmen, een eerste generatie (NA) met turbo en het beste: een NB coupe. De MX-5 coupe is uiterst zeldzaam en in mijn ogen uiterst mooi. Dit exemplaar is met zijn lichtgroen + matzwart een extra prachtige verschijning. De neiging om hem mee naar huis te nemen is groot, maar mijn rekening laat het niet toe. Eeuwenlang staan we ons te vergapen aan alle prachtige onderdelen, auto’s en accessoires. Helaas loop ik de deur uit met slechts een mooie zwarte grill, om de kosten binnen de perken te houden.

De MX-5 NB coupe

Nu is het tijd om ons naar de Nürburgring te begeven. Helaas komt de regen nog steeds aardig hard op ons neerstorten, wat nu wel een beetje op mijn humeur begint te werken. Het verpest toch grotendeels de lol die je met een MX-5 kunt hebben. Gelukkig worden de wegen nu een stuk leuker, met lekkere scherpe bochten, flinke stukken klimmen en tunnels die gewoon smeken om terugschakelen. Op hoge toeren raggen we over deze bergweggetjes, waarbij de MX-5 door de stortregen af en toe wel even zijn achterkant wil laten wegglijden. Eng als het onverwacht gebeurt, leuk als je het expres doet. Slechts één keer gaat het bijna fout, als ik met iets te veel zelfvertrouwen een bocht waar een groot bord met “20” staat met 50 probeer te nemen. We raken in een aardige drift, die ik nog maar net van de berm weet te redden. We kopen donuts, bagels en berliner bollen bij een supermarkt en noemen het lunch. Even later rijden we de parkeerplaats van de Nürburgring op. Het is rustig, maar dat verwacht je ook met zulk weer.

Parkeerplaats van de Ring

We kijken even rond, maar besluiten dat het weer echt te gevaarlijk is om de ring op te gaan. Het is alsnog een geweldige plek om te zijn, zelfs in de regen. Enkele Porsches, een Nissan GT-R hier en daar en zelfs een prachtige rode Mercedes SLS AMG zijn er te vinden. We kijken even hoe onder andere een Fiat 500 abarth en een Toyota MR2 de baan op gaan, twijfelen alsnog om te gaan, maar besluiten de volgende dag terug te gaan als het weer het toelaat. Licht betreurd stappen we weer in de auto om te ontvluchten aan die ellendige regen. Gelukkig valt er rondom de Ring ook genoeg te beleven, want de wegen in de buurt zijn bijna net zo leuk als het circuit zelf. Mooie haarspeldbochten, lange rechte stukken, verraderlijke hoogteverschillen, het is er allemaal. De tweede MX-5, een net iets sneller 1.8 model, rijdt voorop, en ik scheur er vrolijk achteraan. Het is vreemd uitgestorven op deze zaterdagmiddag, wat ons grotendeels de weg voor onszelf geeft. Het is magisch; met twee brullende, loeiende, roffelende, ronkende MX’en over deze weggetjes scheuren. De 1.8 probeert me zoek te rijden, maar het wil niet lukken. Zolang je de 1.6 hoog in de toeren houdt is het een vlot wagentje, en dat heb ik dit weekend meer dan ooit gemerkt.

Vooraan de 1.8, achteraan mijn 1.6

Op hoog tempo gaan we richting Luxemburg, om daar de tank vol te gooien tegen een extreem schappelijke prijs van 1.41 per liter. Het begint laat te worden, en we besluiten meteen maar een hapje te eten in het restaurant bij de pomp. We hadden van tevoren al afgesproken schnitzels te gaan eten, omdat je op een Duitse roadtrip eigenlijk geen keus hebt. Ondanks dat we nu in een Luxemburgs restaurant zitten besluiten we ons aan de belofte te houden, en we bestellen vier schnitzels. Helaas kan ik zelf de saus niet zo waarderen, omdat deze zo belachelijk sterk smaakt dat je niks meer van de schnitzel proeft. Gelukkig is de friet wel goed en is het geheel zo machtig dat ik toch halverwege het bord al vol zit. Ik overhandig de sleutels aan iemand anders en zit zenuwachtig op de bijrijdersstoel van mijn eigen auto. Ik kan er stiekem compleet niet tegen, maar op zo’n roadtrip heb je weinig keus. Toch blijft het altijd een stressvolle situatie om iemand anders met jouw favoriete bezit te laten rijden, al helemaal als het zo hard regent. Na een paar enge situaties geef ik openlijk toe het niet meer aan te kunnen zien en ga ik weer achter het stuur zitten om het laatste stukje naar het hotel te rijden. Het ligt niet aan de rijkunsten van mijn reisgenoten, maar ik kan sowieso niet tegen het zitten in een voertuig waar ik geen controle over heb. Ook de reden dat ik vliegtuigen graag vermijd.

Het laatste stuk is een relatief traumatisch ritje. Het is pikkedonker, de weg is niet meer zichtbaar door de regen, er zitten haastige Duitsers achter ons te drukken, we kennen de weg niet, het is bergrijden en mijn banden hebben nog erg weinig profiel. Extreem voorzichtig kruipen we richting het hotel, om daar eindelijk om een uur of 11 op de parkeerplaats aan te komen. We checken in voor 25 euro per persoon en gaan al vrij snel het bed in. Het is een leuk dagje geweest, maar door de helse regen wel een stukje stressvoller dan had gemoeten. Terwijl ik op een hard matras en een oncomfortabel zacht kussen lig besluit dat het bij thuiskomst tijd is eens serieus te gaan kijken naar een nieuw stel achterbanden. Met moeite val ik in slaap. De wekker gaat om negen uur.

Verslag van dag 2 volgt zo snel mogelijk, uiteraard!